






De
deur was open en ik zag meteen de foto van het gezicht van een
non aan de muur boven een kleine stenen grafkist (niet de foto
die
je hier ziet).
Ik herkende dit gezicht maar wist het verhaal
niet meer precies. Toen ik het opzocht weer wel. Marie
Tuçi
was een van de
38 geloofsbelijders in Shkodër die door het
communistische regime vanwege het atheïstisme waren opgepakt,
gemarteld en gedood. In
alle gruwelijkheden was het verhaal van Tuçi me extra
bijgebleven: ze
had zo lang en vasthoudend stand gehouden dat haar beulen beloofden
haar zo toe te takelen dat
haar familie haar niet meer zou herkennen. Ze hadden haar in een zak
gestopt met katten die ze knuppelden zodat die hun
paniek op Marie Tuçi luchtten. Tuçi
overleefde de beten en krabwonden nog twee dagen voor
ze
stierf, op 22-jarige leeftijd. Ze zou God nog hebben
bedankt dat
ze in vrijheid kon sterven.















