Yvonne van Osch  home  portfolio  over mij

Aan de microfoon #4

Talk of the town #64 in Pakhuis de Zwijger 25/9/14

Amsterdam op de schop

Het ambtelijk apparaat knettert, iedereen loert opzij en zoekt positie. De grootste reorganisatie van de gemeente Amsterdam ooit is langzaam maar zeker op stoom aan het komen. Gemeentesecretaris Arjan van Gils legt uit waarom verandering nodig was. En pareert handig alle vragen.

Geschreven door Yvonne van Osch


Afgelopen dinsdag (23 september 2014) hebben 14.000 Amsterdamse gemeenteambtenaren een brief van hun werkgever gekregen. Wat er gaat gebeuren, waarom het nodig was en wat het voor hen betekent of zou kunnen gaan betekenen. Goed nieuws, slecht nieuws? ‘Van slechts honderd mensen is nog niet duidelijk of ze misschien boventallig zullen worden,’ zegt Arjan van Gils. ‘In die zin is er geen banenverlies.’

van gils
 Arjan van Gils tijdens de presentatie talk of the town #64,  september 2014

Je zou het een voor de Amsterdamse gemeentesecretaris kenmerkende manier van formuleren kunnen noemen. Pragmatisch positivisme overheerst in elke zin. Hoe het dan precies zit? Hoor eens, de tijd van navelstaren is voorbij, we moeten vooruit. Van Gils is naar Pakhuis de Zwijger gekomen om voor een ongeveer honderdkoppig publiek van betrokken en deels bezorgde stadsmakers, ondernemers, ambtenaren en burgers licht te werpen op de achtergronden en uitwerkingen van de veranderingen die in de gemeentelijke organisatie ophanden zijn. 

Spaghetti

Eerst de schets van Amsterdam anno nu: zeven stadsdelen met hun eigen bestuur, 50 stadsloketten, een spaghetti aan informatiestromen, ondoelmatigheden zoals karretjes van de reiniging die stilstaan in West terwijl er in het Centrum na Koninginnedag tekort aan is, bouwprojecten die stagneren door bureaucratie en het spel van beleggers. Het kan beter, sneller, moderner, én goedkoper. En dat zal ook wel moeten, aangezien bovenop dit alles een aantal grote taken in het domein van jeugd en sociaal kwetsbaren niet alleen naar de gemeenten toekomen maar ook voor dertig procent minder geld moeten worden uitgevoerd. Zoals vroeger zal het nooit meer worden, helpt Van Gils ons naar de realiteit.

Samenspel

Zelf begon de gemeentesecretaris twee jaar terug als eerste adviseur van het college van B&W in Amsterdam met de opdracht een blauwdruk te maken voor de nieuwe stad. ‘De verzamelde plannen besloegen 1800 pagina’s,’ vertelt hij. ‘Je vroeg je af: wie zou dat gaan lezen?’
Met het schetsen van de hoofdlijnen verdween ook zijn eigen scepsis. Het belangrijkste, aldus Van Gils: 
1) We moeten van buiten naar binnen, dienstbaar zijn. Uitgaan van wat goed is voor de stad en dat proberen te realiseren. 
2) We moeten met één gezicht naar buiten, zoals nu bijvoorbeeld met Amsterdam Economic Board gebeurt (platform dat zakelijke initiatieven vertegenwoordigt en verbindt). 
3) Er moet meer samenspel zijn tussen bestuur en organisatie. Denk aan het debacle met de noordzuidlijn. Hierin heeft het bestuur de regie teveel uit handen gegeven; de organisatie heeft het bestuur te laat in de problemen gekend.

Scharrelruimte

Alles voor de stad. Een woord dat vaker valt is ‘scharrelruimte’. Balans tussen regie en ruimte voor initiatieven. Goede ideeën van ambtenaren, burgers en organisaties moeten worden verwelkomd in plaats van ontmoedigd, vindt Van Gils. Aan het apparaat de taak knelpunten zoveel mogelijk weg te nemen. En dit alles als het kan per gebied en in samenwerking met alle partners, zoals medici en paramedici, maatschappelijk werk, schuldhulpverlening, buurtregisseur, politie, woningcorporaties, bewoners en winkeliers.

Op dit moment vindt een proces van uitlijnen plaats. Benoemde gebieden in elk stadsdeel binnen de vier clusters (dienstverlening, bedrijfsvoering, sociaal en fysiek) omschrijven focusactiviteiten en de begroting daarvoor voor vier jaar. Ertegenaan! Niet dat het vanzelf zal gaan, erkent Van Gils. De reorganisatie lijkt op de verbouwing van het Centraal Station: nieuwe sporen, nieuwe wegen, water dat wordt omgeleid… en ondertussen moeten er dagelijks ook nog een paar honderdduizend mensen doorheen. Maar het kan. Het lukt. Amsterdam is gebouwd op palen, maar steunt op mensen.


Verbinding met de stad

Juist. De gemeentesecretaris heeft gesproken. En hij mag het ideale plaatje in zijn netvlies gekerfd hebben staan, boven het publiek hangt nu een bijna zichtbaar ‘Ja, maar…’ ‘Leuk, al die ideeën van burgers die de ruimte moeten krijgen,’ verwoordt gespreksleidster en doorgewinterd bottom-upper Natasja van den Berg, ‘maar zullen de ambtenaren in praktijk nou echt opspringen om ze te kunnen faciliteren?’ Antwoord: ‘We moeten het los durven laten, kijken wat er ontstaat.’ 

‘Culture eats strategy for breakfast,’ parafraseert een vrouw in de zaal. Je kunt het nog zo mooi bedenken, een cultuur veranderen is een van de moeilijkste dingen om te doen.’ De gemeentesecretaris ontkent het niet. ‘Praktische ingrepen kunnen helpen,’ denkt hij. ‘Minder intern onderhandelen, stoppen met onnodige facturenstromen, collectief leiderschap. Het gaat om echte verbinding met de stad. We hebben op sleutelposities veel nieuwe jonge mensen benoemd, veel vrouwen ook. De eigenschappen die je nodig hebt? Je moet je vak verstaan, verliefd zijn op de stad en goed kunnen communiceren.’ 

Veranderexpert Paul Crijns: ‘Herkennen de mensen die dinsdag die brief ontvingen zich ook in dit verhaal? Voelen ze zich er onderdeel van?’ Antwoord: ‘De meerderheid wel. Uiteindelijk zijn mensen realistisch. Ze kijken al gauw: what’s in it for me.’

publiek



Resultaatverplichting


Een vraag, een antwoord. Gemeentesecretaris Arjen van Gils knippert niet één keer met zijn ogen. Maarten de Boer van Stichting 4 Winden (onroerend goed):  ‘Die 1800 pagina’s, waar kan ik die vinden? Namen en rugnummers zou ik graag willen.’ Antwoord: ‘Gaan we regelen.’ Saar Boerlage, oud-politica die onvermoeibaar voor kwetsbare groepen op de barricades springt: ‘Samenspel is mooi, maar waar worden de besluiten genomen?’ Antwoord: ‘Dat is heel duidelijk. Het openbaar bestuur is de baas en neemt de besluiten. Daarna wordt gekeken hoe het besluit kan worden uitgevoerd. We gaan van inspanningsverplichting naar resultaatverplichting.’ Soheila Najand, filosofe en directeur van InterArtLab: ‘Hoe toets je de inhoud van nieuwe initiatieven op een ethische manier en zorg je dat mensen niet terugvallen in oude, normatieve patronen?’ ‘Met de gemeentebrede Amsterdamse School zetten we in op training, op kwaliteit, de juiste persoon op de juiste plek, in het juiste gebied..’



Warme overdracht


Niets aan de hand, zo lijkt het wel. Is dit niet een ál te gelikte voorstelling van zaken? Floor Ziegler, artistiek leider van de Noorderparkkamer en een van de boegbeelden van de bottom-upbeweging: ‘Eigenlijk ben ik opgelucht om te zien dat de overheid reageert op dat waar wij in Noord al jaren mee bezig zijn (een theater/huis voor de buurt dat bewoners verbindt). En toch maak ik me zorgen. Hoe ga je de ambtenaren betrekken bij deze processen in de buurt, hoe ga je om met hun onzekerheden? Wat gebeurt er als alles geregeld is en er verschijnt een nieuwe ambtenaar op het toneel, kun je dan van voren af aan beginnen? Ik werd vandaag nog gewaarschuwd dat ik Vergunningen moest bellen omdat ze het niet meer snapten.’ ‘Dat willen we voorkomen,’ reageert Van Gils. ‘Alles wat uniform kan, moeten we ook zo doen. Maar als toegevoegde waarde zit in eigenheid, moet daar ook ruimte voor zijn. En warme overdracht is altijd belangrijk.’



Frictiefonds


De vragen blijven komen. Cultuur, organisatie, financiering. Ook over de decentralisaties per 2015 in het sociale domein bestaan nog grote zorgen. Wie wat gaat doen en hoe? De kaarten zijn geschud maar nog niet gedeeld. ‘Hoe behoudt je de expertise,’ vraagt een vrouw in de zaal zich bezorgd af, ‘wat gaan de aanbieders doen, de verzekeraars?’ Van Gils: ‘Dit moet zich de komende tijd nog zetten. Gelukkig hebben we een frictiefonds voor onverwachte dingen, zoals bijvoorbeeld nu de sluiting van de jeugdgevangenis. We kunnen nog niet alles regelen.’



Zelfverkozen ondersteuning


Jammer, vindt Eisse Kalk, kopstuk van de beweging voor democratische vernieuwing. Hij spreekt van ‘een vreselijk verhaal van recentralisatie’ dat de gemeentesecretaris hier vertelt en dat achteraf toch vooral als incident zal worden beschouwd. ‘Waar ik nu voor op wil komen,’ zegt hij, ‘is het recht op zelfverkozen ondersteuning. In Engeland hebben ze de Localism Act die burgers het recht geeft om te bouwen, te bieden en uit te dagen. Hier is die act helaas niet aangenomen. Toch wil ik u uitdagen. Ik wil u vragen om 50 ambtenaren vrij te stellen voor ondersteuning van burgerinitiatieven. Zo’n 0,3% van de 14.000. Kunt u dat? Wilt u dat?’ ‘Ik ben er helemaal voor,’ zegt Van Gils. ‘Maar ik ga er niet over.’

Dit kan beter, vindt Natasje van den Berg, die met de microfoon al die tijd soepel door de zaal beweegt. De mede-auteur van het boek Praktisch idealisme kent de pijn van reorganiseren, de twijfels, de scherven in de porseleinkast. Ze kent ook de noodzaak van veranderen. ‘Over twee jaar ontmoeten we elkaar weer, wat is er dan veranderd, waar kunnen we u aan houden?’ We noteren de doelen die ze met gemeentesecretaris Van Gils op een rijtje zet: de gemeente werkt sneller en duidelijker, er is meer ruimte voor kleine initiatieven, grote routines gaan simpeler. Punt.




Dit artikel is op eigen titel geschreven door Yvonne van Osch

Arjan van Gils is per maart 2019 wethouder in Rotterdam





Terug naar het overzicht van de serie
Terug naar welkom
Naar portfolio
Naar over mij



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100


mail linkedin twitter