Kleren maken de man, luidt het spreekwoord. Klopt dit, filosofisch gezien? Wat betekent mode en wat is de wezenlijke bijdrage daarvan aan onze identiteit?
Geschreven door Yvonne van Osch
Mode
en identiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, hoorde Breuer
ooit op
het Amsterdam Fashion Institute, waar ze lesgeeft. Kijk naar de
creatieven,
werd er gezegd, die zijn vaak zwart gekleed. Ze kon het niet ontkennen,
het
gold ook voor haar. De westerse mens, volgens exactitudes.com, is naar
houding
en kleedgewoonten in groepen met frappante gelijkenissen in te delen,
van
Rotterdamse rebel en Sint-Petersburgse topshoppers tot Milanese Cool
Café en
Latte lovers. Aandoenlijk! Terwijl we denken uniek te zijn, blijken we
stuk
voor stuk te buigen voor de dresscode van de groep waarmee we ons
willen
verbinden.
Er
moet toch meer aan identiteit zijn dan mode? Het onderzoek van Breuer
sluit aan
op de voorstelling Coup Fatal (16, 17 en 18 juni in de
Stadsschouwburg). Hierin
verkennen countertenor Serge Kakudji en 13 muzikanten uit Kinshasa
diverse
uithoeken van muziek en dans in een
gulle ode aan de sapeurs.
De
sapeurs
vertegenwoordigen La Sape (La
Société
des Ambianceurs et Personnes Elégantes). Zij zijn
de
paradijsvogels die opvliegen
uit een door oorlogsleed getekend Congo,
een groep
mannen die besloten hebben het leven te vieren ongeacht de
omstandigheden, met
een bijna koppige vitaliteit uitgedrukt in kleding vol zwier, kleur en savoir
vivre. Er wordt gezegd,’ zegt Breuer,
‘dat zij daarmee tegen vroegere
overheersers ageren.’ Wie zegt dat naast het eresaluut voor
de bekende modemerken
die zij in hun outfits combineren níet de hoon voor westerse
waarden te
herkennen valt? It’s
not the price of the suit, meldt een
filmpje van de sapeurs, it’s
the man inside that counts.
Aha! Maar als dat zo is, waar zijn die kleren dan nog voor nodig? En wat hebben de machtige modehuizen met de smaak van de dandy’s gedaan? Het idee, zegt Rebecca Breuer, is dat je met kleding kunt zijn wie je wilt. Als je dan tóch tot een bepaalde groep moet behoren, dan zorgen afwijkende details er wel voor dat je je van de massa onderscheidt. De sapeurs zijn al één groot accent in de massa, zij hebben geen extra accessoires nodig. Wij wel. En de producenten zullen ons niet ontmoedigen. Play with fashion, luidt een van de reclameslogans, play with yourself. Uniciteit in eenvormigheid? Ook cultuurhistorica Elizabeth Wilson wees op het ambigue karakter van mode, vertelt Rebecca Breuer. Mode is een spel, vindt zij, het heeft geen kern, niets onveranderlijks. De Amerikaanse filosofe Judith Butler noemt het een performance van identiteit. Het drukt niets wezenlijks uit.
Vanitas,
mode is uw naam. Daar
sta je met je Armani en je Versace. Je bent
gewoon een
kapstok! Is dit waar filosofe Breuer heen wil? In ieder geval, zo
bekent ze
zonder gene, verruilt ze eenmaal thuis onmiddellijk haar nette kleren
voor een
joggingpak, zonder wezenlijk te veranderen. Want hoe het zit, dames en
enkele
heren, met kleding als hygiënefactor van onze identiteit? Die
is het product
van geraffineerde marketing, te koop in de winkel! En de tol ervan, nog
belangrijker: slavernij en uitbuiting, schommelende peertjes boven
rijen met
naaimachines vergroeide vrouwen, de uitputting van de aarde.
‘Onlangs is er
weer een superoutlet geopend op het Rokin, de H&M’s
zijn nauwelijks meer aan
te slepen… dit kan zo echt niet langer.’
Verbinding
voegt iets wezenlijks aan verbonden elementen toe. Zoals een fiets van
sta-in-de-weg pas een handig voertuig wordt met een fietser erop.
Misschien, zo
filosofeert Breuer, dat onze identiteit alleen in synergie wordt
uitgedrukt.
Wat haar bijvoorbeeld zo trof aan de sapeurs was
het uitgebreide poetsen
van hun schoenen. Ineens zag ze het. Schoenen beïnvloeden de
manier waarop we
lopen en bewegen. En daarin zijn we wél uniek.