Als
het Dokkumer lokaaltje stopte...
De jongens van De
Boer keken altijd nyskierig naar de
kolentrein uit. Als deze stopte in Ferwerd moesten ze snel zijn. Op de
wagon en
lossen. De halve familie sjouwde zich een ongeluk. In 1963 kwam het gas
en raakte
het langzaam gedaan met de handel van heit.
Kolenserie #2, Gepost op 25 maart 2020
Aldert de Boer (68) ziet
de beelden van glinsterende
bergen
steenkool nog
levendig voor zich. Een paar keer per kwartaal kwam
het
Dokkumer
Lokaaltje midden in het Noord-Friese Ferwerd piepend en knarsend tot
stilstand.
Dan rende het mannelijk deel van de familie erheen met scheppen en
zakken. Handel! De
lading moest zo snel mogelijk weg, want de trein moest door. In een
wolk van
roet en stof schoven de jongens met hun vader de kolen naar de kant en
in jute
zakken van zo’n halve mud (ca. 35 kilo), die op knoestige
schouders verhuisden
naar de klaarstaande wagen. Aldert: ‘Het had altijd iets nyskierigs wat er kwam, je voelde een
soort opwinding. Maar het was
ook zwaar. Ook al waren er later betere lossystemen, we hebben allemaal
nekklachten gekregen.'
Het
station van Ferwerd, begin 20ste
eeuw. Foto van www.stationsweb.nl
Het
Dokkumer lokaaltje vervoerde vanaf de jaren zestig vrijwel alleen nog
maar goederen op contractbasis. Dit is de zogenaamde
aardappeltrein, die stilstaat bij Leeuwarden. Foto
van www.railromantiek.nl
Een
rapport van het aardappelvervoer in 1974. Foto
van www.railromantiek.nl
Turfschipper
De ouders van Aldert, Steven en Aaltje, hadden vier
dochters en twee zoons, van wie Aldert de jongste was. De
brandstofhandel
zat de familie in het bloed.
Alderts oerpake
Harm werkte al als turfschipper. De afgegraven
grond was goede handel in het veenrijke noorden, waar nog in de jaren
40 de skûtsjes
met paarden, mensen en
kinderen
door de vaart getrokken werden als de wind niet waaide. Vaak werden
honden ingespannen voor het vervoer van de manden van schip
naar
klant (het
gebruik
van trekhonden werd pas in 1962 geheel verboden).
Oerpake Harm handelde niet alleen in turf maar ook in kolen. Hij kocht
in 1899
het oude gemeentehuis op
het
Vrijhof in Ferwerd en startte daar de verkoop van beide brandstoffen.

Het
Vrijhof met de hervormde kerk van Ferwerd. Foto van
www.ansichtkaartenbeurs.nl
De
inmiddels gedempte haven van Ferwerd rond
1900

Turfschipper
in de Friese Knipe. Foto
van Beeldbank Historische Werkgroep Kynhout
De kolenboer
Alderts pake Dirk nam het turfschipperen van oerpake Harm over, maar
wilde na de oorlog de
bruine vaart
verlaten.
Het waren de jaren van
wederopbouw, kolen waren de
brandstof
van de vooruitgang. Dirk trok nu met zijn eigen zoon
Steven op. Zij wisten
hun naam
als kolenboer te vestigen in het overwegend agrarische noorden van
Friesland.
De kolenboer. De meeste
vijftigplussers hebben er nog wel een beeld van in een nostalgisch
hoekje van
het geheugen. Een
krachtige
verschijning met kolenschophanden, een pet en een stevig, vaak
meerdere
keren versteld pak van stugge, zwarte rib. De kolenboer kwam zelden
ongelegen.
Zeker in de koude wintermaanden, als de voorraad in het kolenhok snel
slonk,
kon hij zelfs nog weleens als redder worden onthaald.
Het voer voor de kachel betekende
niet alleen warmte in
huis, maar ook sfeer. De kolenkachels snorden als poezen en de warmte
van hun
roodgloeiende brandstof, zo zeggen ingewijden, was qua behaaglijkheid
onovertroffen. Gezond kon je de bruinige walm die uit de schoorsteen
kwam niet
noemen. En de grote schoonmaak die rond maart op het programma stond
was echt
niet voor niets. In veel huishoudens werd de woonkamer jaarlijks
opnieuw
behangen, zo smerig was de aanslag.
En toch… mooie
herinneringen. Ook Steven kreeg weer hulp van zijn zonen. En de familie
De
Boer boerde zo goed, dat
ergens in de jaren vijftig een vrachtauto kon
worden aangeschaft.
Een curieus model, waarvan de motor moest worden
aangezwengeld. Het geluid klonk het gezin
als
muziek in de oren.
Een
trotse Steven de Boer
omstreeks
1950.
Kolenkachel. Foto van site www.galideon.com
In
en na de oorlog waren de kolen vanwege schaarste op de bon. Steven
maakte er een collage van, met zijn vrouw Aaltje als middelpunt.
Kolen voor
jenever
Andere brandstofleveranciers in
Ferwerd verkochten ook
petroleum en olie, Alderts vader deed alleen kolen. Antraciet, cokes,
briketten, nootjes 3, 4 en 5. Hij schreef de levering in kleine boekjes
in het
typische schuinschrift van die tijd. Waren de kolen betaald, dan kwam
er een
kruisje voor het bedrag. Niet iedereen betaalde, zo blijkt uit de
registraties die
in de familie bewaard zijn gebleven. ‘Bij het café
kon mijn vader nog weleens
een fles jenever meenemen bij wijze van vergoeding,’
herinnert Aldert zich,
‘maar sommige klanten zijn hem altijd geld schuldig gebleven,
tot frustratie
van mijn moeder, die hun namen tot aan haar dood heeft
onthouden.
Van
de laatste levering van 1957 werd
lang niet alles betaald
Roet in het eten
Een hele tijd heeft de familie deze omzetlekkage wel kunnen
lijden. Aldert ziet zijn vader nog aan de tafel zitten aan het einde
van een
lange werkdag. ‘Dan legde hij al het geld op een stapeltje en
vouwde
de hoekjes van het
bankpapier glad. Er ging best veel om in de kolen, wij zouden er als
zonen een
goede
boterham mee verdiend kunnen hebben, als de handel niet onderuit
was gegaan.'
De komst van het aardgas
was op
macroniveau een mooie
ontwikkeling, maar gooide roet in het eten voor het gezin De Boer, om
een wat
gemene beeldspraak te gebruiken. Aldert: 'Vanaf ongeveer 1963 deden wij
alleen nog de
buitengebieden, tot ook die op het gasnet werden aangesloten. Met de
jaren liep
de handel verder terug. We hebben het tot 1976 volgehouden.'
Het eenvoudige briefje waarmee
Alderts vader afscheid van zijn klanten nam
Flevoland
'Mijn vader had het zich
anders voorgesteld,’ zegt Aldert, die zelf in de
brandverzekeringen ging (toch iets met brand) en nu met zijn vrouw
Anneke vier
bijzondere
logementen
verhuurt op de nabijgelegen terp van Jannum. ‘Hij
wilde iets
moois voor ons
achterlaten. Hij heeft nog geprobeerd een kavel te kopen bij de
Domeinen in
Flevoland, maar dit is op een of andere manier niet van de grond
gekomen. Er
was geen sociaal vangnet en ik geloof niet dat er iets van compensatie
bestond
vanuit de overheid. Hij heeft het nooit laten merken, maar ik denk wel
dat hij
in zijn hart verbitterd was. Zelf hou ik vast aan het beeld van zijn
jongere jaren. Mijn sterke,
opgewekte vader bij zijn truck.’
Steven de Boer in zijn jonge jaren,
met zijn eigen Opel
Gezellige
mensen
stoken kolen
Zo luidt de brutale
slogan waarmee in 1958 de Stichting Vaste
Brandstoffen reclame maakte voor behoud van de kolen als
huishoudbrandstof. Dit valt te lezen in het informatieve
proefschrift van Peter van Overbeeke over brandstoffen in de
Nederlandse huiskamers en keukens. De reclamecampagne was
een initiatief van de overkoepelende Federatie voor de
Nederlandse Brandstoffenhandel en organisaties van mijnen,
importeurs en groothandelaren. Bekijk het
proefschrift.
De reclame, hier op een
speldenkussen, apelleerde aan de
onbedwingbare hang naar zindelijkheid van Nederlandse huisvrouwen die
de reclamemakers vermoedden.
Steenkool, Olie en
Spanning
Dat is de titel van
het boek dat Rob Wolf schreef in opdracht van de Nederlandse
Organisatie Voor de
Energiebranche (NOVE). Het boek
belicht een eeuw Nederlandse energievoorziening, groeiend
milieubewustzijn en hoog oplopende
emoties in de wereld van zelfstandige handelaren. Het
boek is te bestellen bij NOVE.
Ken je mensen die mooie herinneringen aan de kolen hebben? Schippers, sjouwers,
stuwadoors? Bel of
mail
Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100