logo2smal


68    Vila Shehi en Sukth

Nog steeds verliefd op Albanië

Toch nog een allerlaatste aflevering om het netjes af te ronden, vanuit Amsterdam en mijn verantwoorde bureaustoel, maar wel op mijn ultrakleine laptopje omdat het comfortcontrast anders wel heel groot is. Vanmiddag fietste ik in gedachten door de stille regenachtige stad over allemaal keurig aangegeven fietspaden en - stroken, en toen trof het me ineens dat dat zomaar kan terwijl je net een liveshow van most dangerous roads achter je hebt gelaten. Toen raakte ik verzeild in een openliggend stuk Sarphatistraat waar ik tussen betonblokken over een pad van aangestampt zand met steentjes moest laveren en voelde het meteen weer beter. Net Albanië!

Dat wilde ik sowieso nog even zeggen tot besluit. Ik ben nog steeds verliefd op Albanië en alles dat er gek aan is. De heerlijke chaos overal. Onnavolgbare logica. Dat de jongens van de autoverhuur hun werk doen op 2 vierkante meter en er dan in slagen én iemand met een sleutel op pad te sturen, en jou een contract te laten tekenen én iemand aan de telefoon te woord te staan (But what is wrong with the car, what happened?) zonder met hun ogen te knipperen en er tussendoor zelfs nog even lekker een op te steken. Dat je bij onze Albanian Airport Rental Car altijd een auto meekrijgt waar iets mee is (bij de vorige kon een raampje niet meer dicht, bij deze de deur van bestuurderskant van buiten niet meer open) maar ze in ruil ook niet moeilijk doen als je er zelf een bumpertje vanaf rijdt. Dat het verkeer soms vloeibaar lijkt. Dat mensen parkeren op een rotonde of met paard en wagen zomaar de weg op draaien. De geur van schaap en goedkope tabak, mmm nou ja. De heerlijke geur van het wasgoed in hotels waar je ook komt (Soft heet het wasmiddel, zei iemand me, maar ik heb het nergens kunnen vinden). De vriendelijkheid. De openheid. Oude mensen die je aankijken met een blik van pure verrukking dat je bestaat. Dat je appels krijgt van wildvreemde mensen op straat. Al het onafgemaakte en oningevulde, de lelijkheid ook....

Het zijn zomaar wat beelden en geuren die bij me opkomen als ik denk aan het Albanië waar ik van hou. Een deel is denk ik onveranderlijk, diepe cultuur. Maar een deel zal verloren gaan, dat voel je aan alles. Albanië zal meer op andere Europese landen gaan lijken, en vice versa, met grote hotels, all-inclusives, parkeerkosten en een prijskaartje aan elke dienst, minder het persoonlijke. Een ontwikkeling die je met je westerse achtergrond goed begrijpen kunt, maar toch, je begrijpt wel wat ik ermee wil zeggen: de charme van het ongerepte verdwijnt langzaam wat uit beeld.
Dat te merken - die ontwikkeling, vond ik hoewel begrijpelijk minder leuk. Net als, nog meer dan hiervoor, de ongelijkheid, de absurde formaten auto's met buikige, nekloze types erin, voor een deel patjepeeërs die gewend zijn te krijgen wat ze willen omdat ze toevallig in een aan de regering gelieerde familie geboren zijn, en meer nog hun onverschilligheid voor het lijden en de behoeften van het zo grote armere deel van de bevolking. Dat vind ik het ergste. Het toerisme heeft heus wel wat goeds gebracht; meer mensen zijn hotels, restaurants, toer- of verhuurbedrijven begonnen en leven daarvan zonder hun tradities en hun vriendelijke Albanese aard in te leveren, maar op zoveel plaatsen zie je het geld landen waar het echt niemand dient. En dat vind ik bijna onverteerbaar. Het heeft mijn plezier tijdens deze reis wel echt een beetje overschaduwd. Maar terug naar het verslag.

De ring van Tirana

Na Andrina en Ziv in Fushë Buall reden we geluid- en probleemloos naar beneden. Terug naar patchworkwegen afgewisseld met strak asfalt, de merkwaardige poort bij Elbasan waar je onderdoor moet om bij de snelweg te komen, met links de oude SH3 over de smalle bergkam, dan de ring rond Tirana waaraan maar geen einde komt, en het gekst van alles: het punt bij Vorë waar je de SH52 naar het noorden kunt nemen, bijvoorbeeld om naar Krujë of Rinas (het vliegveld) te gaan. Je komt hier van de snelweg SH2 binnen 100 meter op een rotonde van aangestampte aarde en stukken beton, ik lieg dit niet. Dan kun je rechtdoor of linksaf onder de weg door om secundair te gaan rijden (in ons geval in omgekeerde richting om naar het hotel te komen), maar dat secundair is dan verdeeld over 2 aparte wegen pal langs elkaar wat heel onveilig voelt omdat je bij beide bang bent te gaan spookrijden.
Ik koos de linkerweg omdat degene voor mij dat ook deed en werd vervolgens terug naar de snelweg geleid. O nee, dachten we, en hoe ver moeten we nu weer doorrijden voor we weer terugmoeten en het opnieuw proberen over rechts. Ineens zag ik een gat in de vangrail, ik ging langzaam rijden en verdomd, ik bleek erdoor te kunnen, en ik was zeker niet de enige die het deed, maar er kwam daar ook verkeer van rechts (het verkeer dat de rechterbaan gekozen had) en van links, totaal onoverzichtelijk. Als door een wonder zag ik toen een bordje met Vila Shehi erop, ons hotel. Alles was goed gegaan, in alle chaos. Mijn Albanië, dacht ik vertederd en verbaasd.

Vila Shehi

Vila Shehi dus, een van de wijnhuizen die ik in het overzicht van wijnhuizen en agrobedrijven had opgenomen met een omschrijving als 'klein wijnhuis in liefdevol en licht folkloristisch ingericht gebouw' wat best to the point bleek te zijn. We kwamen door de poort op een mooie binnenplaats met wijntonnen, muurschilderingen en andere verwijzingen naar wijn. Er was alleen geen mens te bekennen, dus keken we in de wijnkelder, waar we behlave wijn een telefoon en autosleutels zagen liggen, in de lobby en een van de hotelkamers, waar het bed nog niet opgemaakt was.
Yes yes, zei iemand toen ik belde, en niet veel later stonden we met een glaasje likeur van de baas, Gazi, Gazmend Shehi, voorzitter van de nationale bond van wijnproevers, zoals al snel naar voren kwam, wijnkenner bij uitstek en een van de ondernemers die zijn bedrijf op eigen kracht en zonder overheidsgeld had opgebouwd, dit in tegenstelling tot enkele andere meer bekende wijnhuizen, waarvan ik de namen hier niet zal noemen, die er overheidsgeld voor hadden gebruikt. Of Gazi er nou verbitterd over was durf ik niet te zeggen (Jet meende van wel). Zelf zei hij dat hij trots was zichzelf in de spiegel aan te kunnen kijken.

Gazi's vrouw Arta leek het een stuk drukker te hebben dan Gazi zelf. We hadden haar in de wijngaard aan het werk gezien. We hadden ook gezien dat de bedden van de huisjes met uitzicht over die wijngaard nog overhoop lagen. Ze gaf overdag les op een basisschool, hoorden we. En nu stond ze in de keuken voor ons te koken, terwijl Gazi zich met ons onderhield, en wel door telkens even weg te drentelen, een ander muziekje op te zetten, en dan weer terug te komen met iets nieuws in de vorm van een foto of een boek. In het weekend konden ze rekenen op hun dochters, van wie de oudste ook medicijnen studeerde in Tirana, maar door de week was het kennelijk bijna ondoenlijk om mensen te vinden.


tvsBij Vila Shehi

sgaziGazi Shehi (zonder bril)

dEen mooie onderscheiding

rHet restaurant

Een eigen droge zone

De kamer was best bijzonder en helemaal af, de eerste in Albanië volgens mij met echte kunst aan de muur. Achter een glazen wand met vitrage ervoor was de douche, heel ruim maar ook met een accessoire waarnaar ik al talloze malen hartstochtelijk had verlangd en dat ik nooit had gedacht op deze reis nog aan te treffen, en dat was .... een trekker! Een attribuut om na het douchen je eigen droge zone mee te creëren!


trToch wel even een momentje

Een winkelcentrum waar niemand was

De volgende dag bleven we 's morgens op de kamer en zat Jet te lezen en ik te schrijven. Alleen 's middags maakten we lopend een uitstapje naar een winkelcentrum waar niemand was, wat raar was want er waren mooie winkels, zoals een gignatische boho-meubelzaak, en vervolgens naar een meertje verderop waar we een biertje dronken in het enige café in de buurt. Of we een koffie hadden gekregen, vroeg Gazi later. Nee, zeiden we, iemand heeft het bier voor ons betaald. Dat was mijn broer, zei hij.

De avond eindigde met Arta erbij aan de tafel, heel leuk, maar van haar kregen we weinig te weten omdat Gazi steeds met een nieuwe foto aan kwam zetten. Inmiddels wist hij ook dat ik de auteur van de Nederlandse reisgids was, hij had zelfs een foto van de bladzijde uit mijn boek waarop zijn wijnhuis werd genoemd en bleek ook relatief veel Nederlandse gasten te ontvangen. Of ik nu iets anders zou schrijven nu ik geweest was, vroeg hij toen we de volgende ochtend vertrokken. Misschien iets over een persoonlijke benadering, dacht ik.


mHet meertje bij Gjocaj

bUitzicht uit Vila Shehi op Tirana

bgaziDe wijngaard en Gazi's wijngids

bGazi, Jet en Arta

Plazhi i Lalëzit

Onze laatste dag. Ik wilde de Kaap van Rodon nog checken, was benieuwd naar de visrestaurants en de weg er naartoe. Was er nou een slagboom of niet? Bij het begin van de weg, in de buurt van Maminas, was er nog die vrolijke kleinschalige zomervibe zoals bij het strand van Castricum - winkeltjes met schepjes en emmertjes, maar bij Rrotulla en tussen de bomen aan de kuststrook bij  Plazhi San Pietro en Plazhi i Lalëzit doken steeds meer strakke appartementen met veel glas en grootschalige nieuwbouw op die op een of andere manier dreigend en niet-passend overkomen.

De weg was daarbij vanaf Fushë-Draçi zo slecht en gebarsten, dat we geen zin meer hadden (niet weer een lekke op de laatste dag!) en terugreden. In een gigantisch nieuw restaurant op Bay Beach, waar behalve zeker honderd rieten parasols in het gelid een mooie camping was met plaatsen tussen de bomen, raakte een jongen danig overstuur van onze bestelling van een cappuccino en een americano, google translate kwam erbij en een paar collega's, maar dan hadden we ook wat. Ik vroeg me wel af hoe dit zou zijn in het hoogseizoen.


bAppartementen bij Rrotulla

bNieuwbouw bij Fushë-Draçi

nDe staat van de weg aldaar

bToegang tot Bay Beach, werk in uitvoering

nDe mooie camping bij Bay Beach

sHet strand van Bay Beach, nu nog leeg

Duka Winery

Omdat we nog wat tijd over hadden, namen we bij Shkafane de afslag naar het noorden, een prachtige weg door het bos, waarlangs de beroemde Duka Winery gevestigd was, een plek aan het water waar je sjiek onthaald wordt, als je afgaat op de foto's. Op de foto hieronder zie je de ingang. We reden er voorbij zonder er erg in te hebben (de wat fletsere foto's heb ik tijdens het rijden met mijn camera gemaakt voor een indruk van de weg, deze was per ongeluk van Duka).


dukaDe ingang van Duka Winery

De ijzeren brug van Sukth

Toen kwam het allerlaatste onderdeel, althans voor het wegbrengen van de auto wat ook nog een heel avontuur kan zijn, en dat was de ijzeren brug bij Sukth, een van de vele hoge hangbruggen over rivieren die Albanië rijk is en waarvan je je afvraagt hoe lang ze het nog kunnen houden. De weg ernaartoe, langs Lalëz, Kërtushaj, Likmetaj en Gjuricaj was verrassend leuk, groen en kleurig met veel uitzicht en een vrij grote supermarkt waar je die niet verwachtte.


GjurikajSupermarkt Brajan bij Likmetaj

bUitzicht bij Likmetaj

nNoji Stone Mosque bij Gjuricaj

We parkeerden de auto in de buurt van de brug en zagen toen een auto vanaf die kant komen. Huh? dachten wij. Dat kan toch niet waar zijn? Maar jawel hoor, waar wij amper durfden te lopen over de deels verrotte planken die met hout in de lengterichting weer afgetimmerd waren, reden de auto's er gewoon overheen. Ik dacht aan de woorden van Xhuli van Biofarm Gramsh. Albanians like the pepper.

Maar soms maakt het niet uit of ze ervan houden, dan zullen ze wel moeten of thuis te kunnen komen. We reden naar het vliegveld, leverden de auto in, wisselden nog wat woorden met onze vriend Erdit van de verhuur, en vlogen naar huis.


pnDe ijzeren brug bij Sukth

nnHier rijden auto's overheen

bnbnHet reisboek-assortiment van Adrion op Rinas

vbDe laatste beelden uit Albanië


Mirupafshim

Dit was mijn verhaal lezers, ik heb het met veel plezier en liefde en in deze laatste serie ook met een piepklein beetje lijden geschreven, ik hoop dat jullie genoten hebben en/of er iets aan hebben gehad voor de voorbereiding van jullie reis naar en door Albanië. Mocht je tips of aanvullingen hebben voor mijn boek, laat het weten in een mail!

Voor nu dank voor het lezen en een hartelijk mirupafshim!


m


Terug naar het overzicht van dit blog
Naar artikelen over Albanië
Naar mijn reisgids




Heb je opmerkingen, tips of prangende vragen?
Mail me



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100