logo2smal


Berat

TEC

Na een laatste keer hobbelen langs de klaprozen, zandkuilen en deels afgebrande bomen bij Darezezë e Re, en de met kaarsrechte asfaltwegen doorsneden zonneparkvelden in het kustgebied bij Fier waren we op weg naar Berat, maar niet voordat we een juist op Maps ontdekt fossiel van industrialisatie in Drizë van nabij bekeken hadden.
Het heette TEC, een uitgewoonde elektriciteitscentrale uit de Hoxha-tijd over een terrein bijna zo uitgestrekt als de metaalfabriek bij Elbasan. Er waren nog fabriekjes actief op het terrein, het had iets spannends maar ook licht louche. Drizë ligt in een van de belangrijkste energiezones van Albanië, zegt Beth (mijn ai-assistente), in 1939 werd bij Drizë een olieveld ontdekt dat nog steeds in productie is. Het is een van de grootste onshore olievelden in het land, zegt ze ook. Je ziet inderdaad hier en daar nog wat roestige jaknikkers, en soms zelfs bewegende zwarte plak in de berm, maar ik weet het niet hoor, productie?


tecnKarkas van TEC, rechts koeltorens

nOpslagtanks, waarschijnlijk voor olie

,,noh elektrika TEC Fier

olieOlie-opslagtanks langs de SH73

roskovecNieuwbouw bij/in Roskovec

Shtëpia Anije

Voorbij Fier, waar we iets te snel doorheen gingen naar mijn gevoel, zagen we ook nog een keer de betonnen boot, inmiddels geïdentificeerd als Shtëpia Anije, het huis van Annie zeg maar, een in deze streek volkomen onverwachte blikvanger van gigantische proporties. Gelet op de reviews die je er op Google van vindt, kennen maar weinig mensen de tragische achtergrond van het 'huis'. Jet was er in Shkodër bij toeval achtergekomen door de tentoonstelling van Jutta Benzenberg in het Marubi Museum. De boot is een betonnen replika van het schip waarop de zoon van Annie verongelukt is in een poging naar Italië te vluchten. Ze heeft er heel lang in gewoond. Nu staat het te koop. Er woont niemand meer, zei een man die voorbijkwam toen ik een foto maakte. Waarschijnlijk is Annie overleden.


shtepiaHet huis van Anije staat te koop

Parkeren in Berat

Het was nog redelijk vroeg toen we in Berat aankwamen, maar eveneens redelijk dikke stromen mensen bewogen zich al uit bussen en auto's die op diverse plekken bij de ingang van het kasteel (de ommuurde oude stad) geparkeerd stonden richting ingang, wat sowieso al een heikele onderneming was vanwege de steilte en de stenen, laat staan om daar met je auto tussendoor te gaan. Vanaf april dit jaar, las ik later in een mail van onze hostel, Bujtina Bega, is de oude stad alleen nog maar toegankelijk voor inwoners en hotelgasten, en moet je bij de slagboom je boeking laten zien. Helemaal terecht, vonden wij.
We kozen ervoor onze auto bij Taverna Lazaro, waar een man al druk stond te gebaren, te laten staan. Wat aardig, riepen wij nog, en zo mooi onder de olijfbomen, maar hij wilde er wel een tientje voor hebben, wat we bij nader inzien overigens nog schappelijk vonden (hoewel weer niet in relatie tot de 35 euro die we inclusief ontbijt voor onze overnachting betaalden). Al die auto's op historische plaatsen, we kunnen er toch al niet over uit. Beneden in de middeleeuwse wijk kun je nauwelijks meer bewegen tussen de Mercedessen en BMW's door. De auto is kennelijk belangrijker dan die geweldige verzameling religieuze heiligdommen daar.


beratIn het kasteel van Berat

wHet vroegere wapenmagazijn

bnSteegjes

De Albanese badkamer

Maar we waren nog in het kasteel, die fantastische vesting van het oude Berat, dat zoveel slagen had doorstaan. Via kleine keiensteegjes vonden we onze hostel, Bujtina Bega. Er heerste een heerlijk stille, vriendelijke sfeer, onze gastheer Gedi deed alles heel voorzichtig, echt aangenaam. De kamer was ook een wonder van eenvoud in stijl, wit en donkerbruin, niets teveel of te weinig. Maar de badkamer, ja hoor daar gaan we weer, ik moet het toch zeggen, presenteerde wéér een nieuwe variant van het begrip onpraktisch. Hij was 1x2 groot, het kleinste wat we tot nu toe hebben meegemaakt, en als je douchte kwam al het water tegen de zoals overal naar binnen toe opengaande deur aan en dreef de champoo door de hele ruimte, tot onder de wc. Er was een douchegordijntje heel subtiel precies in de boog van de openslaande deur, maar geen drempel die het afdruipende water tegenhield, dus dit was in feite overbodig. Ongelooflijk. Ongelooflijk.
Je moest voor de badkamer trouwens een trappetje op van drie flinke treden, wat we allebei doodeng vonden. Confronterend hoor, dat voorzichtige de hele tijd, we zijn zo bang om te vallen. Hou je vast aan de kast, gilde ik als Jet uit de badkamer kwam, of ik snelde erheen om haar hand te pakken. Echte senioren. En dan wel met een rugzak rondlopen...

Kisha e Shën Mari Vllahernës

Maar wacht even, gaat het nou alleen om de badkamergeheimen in dit blog? Nee! Bezienswaardigheden!
Ik kende Berat onderhand al wel een beetje (Jet net iets minder), maar in het meest bijzondere kerkje van de stad, de vroeg 13de-eeuwse Kisha e Shën Mari Vllahernës (een kopie van het gelijknamige Mariabedevaartsoord in het huidige Istanboel, zegt Beth), was ik nog nooit geweest. Op de deur hing een papier met in gedrukte letters (officieel!) de kerken van de stad en daarachter de telefoonnummers die je kon bellen voor een bezoek, dus dit deden we, maar zonder resultaat. Toen we teleurgesteld afdropen kwam er echter als door een wonder een gezin de hoek om, in het gezelschap van een gids die de sleutel had. Wij erachter aan natuurlijk en ik moet zeggen dat ik toen we daar naar binnen gingen eenzelfde soort heilig ontzag voelde als in 1983 in het Jezuskerkje in Nazareth. Alleen al die vloer met plavuizen van 800 jaar oud!

De gids draaide zijn verhaal plichtmatig en zonder enige jeu af (zoals ik waarschijnlijk ook zou doen bij mensen die nog net niet stonden te gapen en drie zich dood vervelende pubers) maar toen ze weg waren, begon het feest. De echte sleutelhouder was een man met een heel delicaat voorkomen, die meteen de vloer begon te moppen. In de hoek was een gat in de vloer waardoorheen je naar een put kon kijken die dateerde uit de vierde eeuw na Christus. Klaarblijkelijk was dit het hart van de plek, de bron waaromheen alle opeenvolgende bouwwerken waren gebouwd. (zoals in Nederland ze vroeger ossen lieten grazen om te weten waar knooppunten van ondergrondse waterwegen wegen, de beste plek om een kerk te bouwen). Is dit echt uit de vierde eeuw, vroeg ik de man, om maar te laten blijken dat we het geweldig vonden. Hij ontwaakte meteen, po po, si si, en nam ons bijna samenzweerderig mee naar een andere hoek van het kerkje, achter een touw, waar een nis was met originele afbeeldingen (onder de 16de-eeuwse fresco's van Nikolla Onufri), onder andere hetzelfde zonneteken als bij de inscripties in Leusë.

Hij wees ze heel voorzichtig met zijn vinger aan en hield mijn schouder vast toen ik dichterbij kwam. Het was ontroerend, een van de mooiste en meest contactvolle momenten van onze vakantie dit jaar. Er waren maar twee andere plaatsen in de Balkan waar afbeeldingen uit deze tijd bewaard gebleven waren, vertelde hij, ik ben vergeten waar. We wilden iets geven, maar hadden geen kleingeld meer. Geeft niet, zei hij zacht, geeft niet, geeft niet. Hij legde een hand op zijn hart en maakte een kleine buiging.


vvIn Kisha e Shën Mari e Vllahernës

mnDe sleutelbewaarder en de nis met originele afbeeldingen onder de fresco's

Ritmevol geluid

We dwaalden nog wat rond, bij de cisterne, waar we nu wel weer vleermuizen hoorden (in 2022 met Maud en Ig niet), de resten van de rode moskee met zijn cloisonnage, de put met een verborgen mozaïek. Het was wonderbaarlijk stil gelet op de stromen toeristen die we hadden gezien, het leek Ameland wel, je vroeg je af waar ze allemaal gebleven waren. Daarna namen we het in 2018 geplaveide pad naar beneden, waar irritant genoeg nog steeds de auto's regeerden, en liepen wat rond in Mangalem, bij de Vrijgezellenmoskee (waar aan de voorkant een winkel in was) en wederom vergeefs zoekend naar Lili's Homemade Food en de brug over naar Gorica. O, hier is het lekker stil, zeiden we toen we langs een binnenplaats liepen waar houten stoeltjes met kleurige kussens stonden. Duidelijk iets nieuws, een ander concept. Maar we zaten nog niet koud, of de muziek ging op volle sterkte. Had ik deze eigenaardigheid van de Albanezen al genoemd? Want ik wil natuurlijk geen gelegenheid onbenut laten. Vrijwel overal waar je komt en zelfs als je bijna verbaal probeert duidelijk te maken dat je dolgelukkig bent met de stilte of zachte muziek, zijn ze overtuigd dat keihard ritmevol geluid je hemel op aarde is, op repeat of niet.


aDe westmuur van het kasteel

cbDe cisterne en de Wahlenbergia gloriosa

bbRuïne van de Rode Moskee

klDe vervallen Kisha e Shen Gjergjit, die als klooster dienstdeed

bruidEen bruid in Berat (voor de foto)

nHet oude woonverblijf van de pasja van Berat

vnSchildering op de Vrijgezellenmoskee en een straatje in Mangalem

nZicht op Gorica vanuit Mangalem

cDe koepel van Hotel Colombo (zie aflevering 27)

nDe vrijgezellenmoskee met winkel aan de voorkant

kaLinks de Kisha e Shën Spiridhonit in Gorica

De avond was mooi, we aten bij Bega op een doostil terras (o so quiet, riepen we uit voorzorg, so nice, no music! en Gedi had hem door), en 's nachts hoorden we de dwergooruil, elk uur een serie van 5 minuten, zie hier mijn slaaproutine, trapje op trapje af. We zitten inmiddels in Gjociaj, bij Tirana, onze laatste dag, het regent en dat komt goed uit, want dan voelen we geen drang eruit te gaan en kan ik beginnen aan de volgende en naar ik vermoed laatste aflevering van dit eindeloze blog.




Door naar aflevering 67
Terug naar het overzicht van dit blog
Naar artikelen over Albanië
Naar mijn reisgids




Heb je opmerkingen, tips of prangende vragen?
Mail me



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100