logo2smal


62    Leusë, Tepelenë, Gjirokaster


Facetime-baby

We aten met twee jonge Denen, Thomas en Sofia, allebei dokter, die met hun 6 maanden oude zoontje op pad waren. Ze hadden via facetime een rechtstreekse verbinding met het kind dat in hun kamer binnen een vesting van opgerold beddegoed op bed lag maar dat om de haverklap wakker werd en dan recht in de telefoon keek en over de rand begon te kruipen. Vervolgens rende een van hen naar de kamer om het kind weer neer te leggen. En dat terwijl het in Denemarken gebruikelijk is, zo vertelden ze, om kinderen in de kinderwagen buiten te zetten als ze bijvoorbeeld in een restaurant zaten. Echt waar, beaamt Jet nu het even heeft opgezocht, rijen met kinderwagens staan daar buiten op de stoep, zelfs in de vrieskou, dat is volkomen normaal. Worden ze dan niet gestolen, vroeg ik. Nee hoor, zei Sofia, in Denemarken stelen ze geen baby's. Maar haar Boliviaanse vader had er ook moeite mee, zelfs met het hele idee van een kinderwagen. Je houdt je kind toch tegen je aan!

Nachtegalen

Enfin. Tot 1 uur 's nachts hoorde ik buiten de nachtegalen. Ook dat was volkomen normaal, beaamde Gilberto de volgende ochtend. Hij zag er dodelijk vermoeid uit vond ik. Om vijf uur begonnen ze alweer. Dat had ik gelukkig gemist. De kamer was mooi, heel envoudig en stijlvol, en het ontbijt met ontzettend veel liefde opgediend door Xhuli, de hulp. Zij nam de baby van de Denen over zodat zij rustig konden eten maar toen ze ermee in de keuken verdween begon het kind als een speenvarken te gillen en kwam ze meteen weer naar buiten gerend. Wij dachten allebei aan frituurvet Jet en ik.

Ik had buiten nog even een rondje gedaan, moet je zien, dit is Leusë.

tuinDe tuin van Guesthouse Chri Chri

chri chrinLinks het guesthouse, rechts iets anders

llIndrukken van afdrukken

Binnen in de kerk

Gilberto had de sleutel van de kerk voor ons geregeld, hij nam ons en de Denen mee voor een bezoek. Het was weer een prachtig moment om binnen te stappen in een ruimte met zoveel stilte, historie en ook kleur. Wat nog steeds klooster heette was in feite, zoals in veel andere plaatsen, alleen nog maar een kerk. Deze was in waarschijnlijk in de 16de eeuw gebouwd over de fundamenten van een waarschijnlijk 6de-eeuwse kerk heen, vertelde Gilberto. Hij tilde een plank op om een van de oorspronkelijke pilaren te laten zien die gevonden waren. Andere originele elementen (brokstukken?) met inscripties zoals van druiventrossen, vogels, een zonneteken, waren gebruikt in de poort van de kerk (of vormden nog de poort, dat is wat ik denk.). Van het latere schilderwerk (mogelijk de Zografi-broers, in ieder geval van hun school) is een deel weggevallen en kenneijk expres niet meer hersteld.

Het klooster was behalve een spiritueel centrum ook een soort van werkplaats, vertelde Gilberto, kloosterlingen mediteerden en schreven boeken over, maar ze maakten ook brood (en bier?) en werkten op het land. Mannen en vrouwen woonden en baden gescheiden, de nonnen hadden de noordkant van de kerk.


sleutelnGilberto met de slleutel, rechts de broer van de priester

pnDe opengewerkte preekstoel, rechts de smalle onderkant met engel en slang

mAlledaagse gruweltaferelen in het vrouwendeel. Het schrift is een mix van cyrillisch en Grieks

dDe deurboog met vroegmiddeleeuwse symbolen

Leusë vroeger

Gilberto vertelde een hoop nieuws, bijvoorbeeld dat de communisten in de atheïstische tijd de kerk niet hadden vernield maar juist beschermd, omdat ze er de historische waarde van hadden ingezien. Dat vernielingen en vandalisme van alle tijden waren zagen we ondertussen wel aan de fresco's buiten, waar mensen zelfs in 1885 al hun namen hadden ingekrast. Alles gebeurde hier, zei Gilberto, die zelf in Përmet was opgegroeid en in de kerk met botten en schedels had gespeeld, mensen sliepen er zelfs en maakten vuur. Hij vertelde toen hij ons in zijn 4x4 naar beneden bracht ook dat Leusë vroeger welvarend was. Hij liet een foto zien op zijn telefoon. Moet je kijken hoe de vrouwen eruit zagen.


fotoDe bevolking van Leusë in welvarender tijden


Er stonden huizen groter dan het zijne nu, zei hij. Maar de nazi's hadden het dorp platgebrand. Ja, dat was ook gebeurd in Albanië. De Romeinen, de Grieken, de Ottomanen, de Venetianen, de Visigoten, de Noormannen, de Serviërs, de Montenegrijnen, de Italianen, de Duitsers, ze waren allemaal gekomen en hadden iets gedaan met religie, wapens, vuur. Je denkt als buitenstaander vaak dat je aan het begin van een ontwikkeling staat: opkomend toerisme, welvaart, nieuwe wegen, maar hier is dat niet zo. In Albanië is meer voorbij dan in ontwikkeling. De ziel van het land is wat verdwenen is, denk ik vaak, een voelbare afwezigheid. Ik schrijf dit nu heel snel op, midden in de nacht, misschien is het onzin.

Kosinë, Këlçyrë, Peshtan

Maar ik heb eigenlijk geen zin meer, ik ga me beperken. We gingen weer op pad, langs de Vjosë weer, zagen het Byzantijnse kerkje van Kosinë tussen de ezels en de hanen, met een fotogenieke oude man die heel erg staar had, stopten even bij een Mussolini-bunker uit 1939 met een klein museum erin, bij Restaurant Sarajet in Këlçyrë voor een gliko, in Peshtan, waar een schat van een vrouw, Mira, een prachtige hostel met zes kamers runde terwijl de aan de staat gelieerde projectontwikkelaars wat lager op de heuvel een hotel voor zeker 500 gasten aan het bouwen waren en daar al zes jaar over deden.


kosinekKosinë

mankKosinë

keKosinë

kosine

jkHet museum in de bunker

bmiraPeshtan, links de staatsactiviteiten, rechts Mira

brugUra e Dragotit, waar ze een uitkijkpunt hebben gebouwd (links) dat je 100% je uitzicht ontneemt

Het interneringskamp Tepelenë

Toen reden we naar het noorden van Tepelenë om het interneringskamp van het Hoxha-regime te bekijken (gek dat we het leed van vroeger opzoeken om het actuele wereldleed te vergeten, dacht ik) waar vanaf 1949 zo'n 3600 mensen gevangen werden gehouden, ook kinderen, van families die het regime onwelgevallig waren en op blote voeten hout uit de bossen moesten halen. We parkeerden in de buurt en zochten de ingang, omdat ik had begrepen (en in mijn gids geschreven) dat er informatieborden waren dus openstelling, maar overal stond prikkeldraad. Een geweldig contrast: achter de velden met sappige lentebloemen die uitgewoonde barakken waar zoveel mensen hadden geleden.

Het bewustzijn was hier kennelijk op een laag pitje geraakt, of misschien was het contrast tussen toen en nu te klein, ik weet het niet, er werd helemaal niets meer gedaan, het lag daar gewoon deels in de woestenij, deels in ruraal gebied, en tegen een plek aan waar een moderne wijk zou worden neergezet. Bij de ingang had iemand zelfs een muur van een barak gebruikt als muur voor zijn huis, het was als het ware geïntegreerd. Verbazend.

.
tEen barak in interneringskamp Tepelenë

t
tDe ingang, gesloten. Als je ergens naar binnen wilt, had Gili die morgen gezegd: just hang around
 

tMaagdenpalm, boterbloem, roze streepzaad, hertenplant

Lord Byron en de Ali Pasjabrug in Tepelenë

Restaurant Lord Byron maakte veel van de treurnis goed. Het restaurant bestond al lang, vertelde de kleinzoon des huizes, maar had in 2017 zijn naam gekregen om ook internationale gasten te trekken en was toen ook kamers gaan verhuren. Jammer dat het wat dicht langs de weg lag, maar het eten (verse spinazie en porcinipasta, daarbij bruin brood en olijfolie van het huis) was geweldig.
 
Toen de brug van Ali Pasja, een hangbrug met houten planken over de Vjosë naar de berg waar het geboortehuis van de opperrover gelegen was en waarvan we de toegang in 2018 vergeefs hadden gezocht, wat overigens niet zo gek was omdat die niet bestond en de brug zelf volgens mij ook onbegaanbaar was geraakt. Inmiddels was er een pad, vanaf een parkeerplaats aan de noordkant, en een sterk stijgend pad met trappen naar het kasteel van Tepelenë. Ik vond het te gek om over de brug te gaan, je moest met elkaar in de pas blijven vanwege de deining, het waaide en alles kraakte, je zou het bijna eng kunnen noemen.

Hè, zei ik, toen we terug aan de stadkant langs de trappen boven kwamen, waar is Ali Pasja? Ik was er heilig van overtuigd dat het beeld van een liggende heerser met een pijp midden op het plein stond, maar er waren zelfs geen tekenen van, het stond aan de zuidkant van de stad. Verder dezelfde leegte als in 2018. Geen jongeren, geen leven, totale treurnis.


aDe Ali Pasjabrug met een brommerrijder

jjDe brug en het postkantoor van Tepelenë

bDe brug van boven gezien

vBlik op de Vjosë (een nationaal park sinds 2023)

aOns autootje en een berg met een halo

Naar Guesthouse Konaku

Nou, en toen dachten we: nu lekker naar het hotel in Gjirokaster, maar dat was natuurlijk ook weer wat naïef, want de oude stad van Gjirokaster is gelegen tegen een heuvel aan en heeft hele smalle en steile straatjes die deels door een bazaar lopen ook nog, en dat is de reden dat ik mijn lezers heb aangeraden de auto beneden te laten en met de bus of taxi verder te gaan, echter voor mijzelf natuurlijk geen reden dat ook te doen, dus enfin Maps stuurde ons in een rechte lijn omhoog, wat helemaal niet kon omdat het op veel plaatsen eenrichtingverkeer is, en het duurde niet lang of Jet zat zo'n beetje hyperventilerend met één hand om mijn telefoon en één hand zoekend naar houvast.
Ik parkeerde twee keer langs de weg om mee te kijken, maar kon me totaal niet oriënteren, dus uiteindelijk heb ik de manager van het guesthouse gebeld, die duidelijk vaker wanhopige gasten aan de lijn kreeg, want hij begon opgewonden maar ook geroutineerd te schreeuwen What street? en Call me on WhatsApp.Het werkte wel, toen ik dat deed. Jet hield de telefoon op de weg gericht en Peppi, zo werd de man genoemd, loodste ons helemaal rechtsom en via onmogelijk steile en smalle straatjes, helemaal naar zijn plek. Hij deed het ook adequaat want zolang ik rechtdoor moest, hield hij zijn mond. Ben je er nog, vroeg ik af en toe en dan schreeuwde hij Yes yes!
Op het laatst kregen we allebei de slappe lach, het had ook echt iets absurds dat iets ineens niet meer ondoenlijk lijkt als iemand de hele tijd blijft schreeuwen Don't worry, don't worry. Op het allerlaatst zagen we hem staan, onze Peppi, bovenaan een weggetje dat nog erger dan een keienpad was en volgens mij zo'n beetje 20% schuin. Ik kan tegen een stootje, maar dit ging zelfs mij te ver, dus we hebben op die plek geparkeerd en toen heeft Peppi onze tassen naar boven gedragen.
Op de binnenplaats, een schitterende plek met een fabelachtig uitzicht over de hele stad, stond een andere Nederlandse toerist in lichte staat van vertwijfeling. Haar man plus twee kinderen en haar moeder stonden ergens boven in het kasteel met de auto, die hadden ook geen idee hoe er te komen. Dus die ging Peppi eerst halen, voordat hij ons aller telefoons uit handen rukte om de wifi in te stellen en vervolgens op mijn telefoon schreeuwend alle bezienswaardigheden van Gjirokaster te laten zien. Dat is nu niet zo interessant Peppi, schreeuwde ik terug, en volgens Jet waren de meisjes en de vader heel gefascineerd dat ik net zo hard kon schreeuwen als Peppi.

De volgende dag, dat is eigenlijk pas net (we zijn net een half uur kwijt geraakt doordat Jet in een Recapcha-loop terechtkwam, die nog steeds niet is opgelost), liep de man bedremmeld rond, hij had zijn schouder verrekt aan de werkelijk onmogelijk zware koffiers van de andere Hollanders. En nu ga ik dit snel uploaden en kunnen we de stad in!


konaku
Uitzicht vanuit het guesthouse




Naar de volgende aflevering
Terug naar het overzicht van dit blog
Naar artikelen over Albanië
Naar mijn reisgids




Heb je opmerkingen, tips of prangende vragen?
Mail me



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100