logo2smal


61    De SH75 en Leusë

Eerst nog een rondje Tushemisht

Ik deed nog snel een laatste rondje Tushemisht want wie weet had ik wat over het hoofd gezien. Het had geregend, de stenen waren nat en modderig, maar hier en daar werd alweer monter gemopt. In een van de zijstraatjes vond ik het beeld van tante Ollga, een personage uit de film Zonja nga cyteti (de vrouw uit de stad) van Kinostudio, de propagandafabriek van de communisten, over een wat pompeuze dame uit de stad die op het platteland leert van het goede van de eenvoud uit de heffe des volks, zoiets.


tushemishtollgaNatte straatjes en Ollga

bandflatEen van de geheel overbodige nieuwe hotels

Hondenvrienden

Onderweg terug naar Nuci kwam ik een Engels stel van een jaar of 40 tegen, Emma en Chris. Ze waren digital nomads, waren al drie jaar onderweg met ieder alleen een koffer en een rugzakje, zij schreef aan een zelfhulpboek, hij had een technisch beroep, kon bijna alles op de computer doen. Ze reisden met taxi's en bussen, streken dan weer hier neer dan weer daar. Zo hadden ze ook drie maanden in Leeuwarden gewoond. Ongelooflijk vond ik het. En alles even zorgeloos. Het enige probleem van dit leven, zeiden ze, was dat ze gehecht raakten aan dieren. Ze hadden overal hondenvrienden, dogfriends, zo zeiden ze dat. Ik kon me daar iets bij voorstellen, ik had net contact gehad met een heel treurig en moedeloos ezeltje dat met zijn kop tegen een muurtje aan stond en duidelijk niets meer van de mensen verwachtte en ik had precies dat gedacht: heel lang borstelen en dan mee naar huis.


ezelmannetjesHet treurige ezeltje en twee ouderen van Tushemisht


bunkerDe verbleekte lieveheersbeestjesbunker (vergelijk met deel 3)


Een nieuwe SH75 tot Erseke

Om tien uur reden we weg, richting de SH3 langs Korcë en de SH75 op, de weg waarvan de schoonheid ons bijna in de mond bestorven ligt zo vaak hebben we die bezongen. Het bekende maanlandschap van uitgehakte rotsen die met beton waren aangesmeerd, Kamenicë, Bobosthticë, en dan... alleen ik herkende de schoonheid en verrassingen niet meer zo en na een half uurtje ofzo waren we al in Erseke. Hoezo dacht ik dat dit de hele dag zou duren?
Een blik op de kaart zei het allemaal: er was een nieuwe, kaarsrechte weg langs de oude kronkelweg gekomen, een verlenging van het gehakte stuk bij Korçë. Maar geen nood, vanaf daar was het weer kronkelen en onverwacht keihard remmen. We wilden naar het museum van Erseke, niet voor het eerst volgens mij, maar hoewel op de deur pontificaal vermeld stond dat het open was van maandag tot en met vrijdag van 10 tot 16 uur en wij ruimschoots in die tijd aanwezig waren, was er geen spoor van leven te bekennen achter de deuren. Wel een  enorm koperkleurig reliëf met voorstellingen van de Rilindja, de onafhankelijkheid en de communistische tijd (De RPSSH staat voor Socialistische Volksrepubliek Albanië)


korceDe SH75 bij Korçë

ersekeHet centrale plein van Erseke, hoofdstad van de regio Kolonje

reliefOnderop de helden van het volk


De romantiek van het onverantwoorde risico

Het spectaculaire van de SH75 openbaarde zich toen we verder reden, maar eerlijk gezegd: toch niet meer in die mate als de eerste keer, het miste dat vertrouwde route-66 gevoel, waarbij je denkt dat  je opgaat in het landschap als een worm in de natte aarde. We zagen hoe het kwam: de kleine pilaartjes langs de weg die je erop moesten wijzen dat daar een rand was, waren door flinke vangrails vervangen, de gapende geulen langs de weg waren volgestort met oranje stenen. Er was ook nieuw asfalt. Veiligheid! Overzicht! Het was wel even wennen, de romantiek van het onverantwoorde risico was geheel verdwenen.

Veel tijd om ons ermee bezig te houden hadden we overigens niet, want bij een van die onbegrijpelijke zebrapaden van iets naar niets over de weg stond een oude man met zijn hand omhoog. Die konden wij niet laten staan. De man was heel gezellig, hij praatte aan een stuk door, niet gehinderd door het feit dat wij maar zo nu en dan een woord verstonden. Werk, pensioen, Farma Sotira, vrouw, zuster. Naar Leskovik moest hij, en gelukkig stonk hij niet, zoals die twee landarbeiders met een borrel op die we een andere keer precies op dit stuk in de auto hadden gehad, maar rook hij integendeel naar zeep.

Leskovik, Çarshovë

Na Leskovik namen we de SH65 richting Griekenland en daarna de SH80 weer omhoog tot het bij Çarshovë weer de SH75 was.. Overal zagen we roze bloesem, we wisten niet wat het was, volgens Lens de Judasboom maar ik (bomenkenner bij uitstek natuurlijk) heb mijn twijfels.


bergenLangs de Vjosë

paardenbanaan

Raften

Paardenpoesta, heuvels met dennen, pieken met sneeuw, een blik op de Vjosë, daar was het allemaal weer. En haarspeldbochten. Maar idioot weinig ander verkeer, en al helemaal geen vrachtverkeer. Gek, verontrustend. Waar was iedereen? Was het vanwege de brandstofprijzen door de oorlog in Iran?
Net voor Petran zagen we wel hoe raftboten in het water gelaten werden aan het eind van een grintpad omlaag op een strandje van de rivier. Gelukkig, toerisme! Sportiviteit op deze laatste wilde rivier van Europa (die in 2023 de status van Nationaal Park gekregen heeft ter bescherming). We dronken een koffie bij Alvi met een heerlijk uitzicht op het stromende water, namen toen de loopbrug en checkten een nieuwe hostel in de heuvels, liepen terug en hoorden ze, de rafters. Was het paniek? Keihard gingen ze.


hnDe rafters gaan te water

kRestaurant Alvi bij Petran

hoefrDaar gaan ze

Hotel Ervehe

We hadden nog twee drie taken: Hotel Ervehe checken voor de Labrys-reis en omhoog naar het klooster van Leusë en Guesthouse Chri Chri, waar ik had geboekt. Alles was dichtbij, maar het was toch nog even moeilijk om het hotel te vinden door het eenrichtingsverkeer waar Maps geen rekening mee hield. Het bleek in een prachtig versterkt oud huis, zo'n Ottomaanse burcht van een rijke edelman, waar volgens de manager Angel een museum had gezeten, maar wel helemaal achterin de stad, tussen de oude nooit afgemaakte wat vreugdeloze woonblokken, wat ik ergens ook wel weer mooi vond omdat dat natuurlijk ook het echte Albanië is. Er was een groep Zwitserse motorridders neergestreken en de vrouw die hun tassen rondreed (dat konden ze natuurlijk niet zelf die mannen) kwam woorden te kort over de kamers. Bombastisch vond ze ze, en daar bedoelde ze geen Beethoven mee (het was positief).


hotelHotel Ervehe

buurtDe buurt

Omhoog naar Leusë

Gilberto, onze gastheer, had gezegd dat we de auto beter in Përmet konden laten en te voet naar boven konden gaan of hem konden bellen, dus we dachten dat het weer een steile grint- en gravelweg met modderstromen zou zijn, maar tot onze grote verbazing troffen we gerimpelde betonnen platen aan bij het begin van de weg naar Leusë. Wel heel steil, 12%, en we wisten niet wat er nog kwam, dus zetten de auto toch maar neer (Mund? Mund? Po! Pa tjeter!) en namen alleen een rugzak mee naar boven. Ook hier bleef de verwachte romantiek een beetje uit: beton werd asfalt, en de weg was zelfs van dikke vangrails en spierwitte markering voorzien. Een kwartier was het steil, daarna minder. Een aantal bewoners gingen ook die kant op, een jonge vrouw om te trainen, dat was duidelijk, een andere vrouw kwam na een tijdje terug met twee bloesems. Misschien als garnering voor het eten? Ze had in ieder geval een beetje haast.


uUizicht op Përmet vanaf de weg

Het klooster van Leusë

Ik had al veel gelezen over het Klooster van Leusë en een Nederlandse vrouw die ik toen met Maud en Ig in Elbasan had ontmoet had me toen verteld dat dit het hoogtepunt van haar reis was geweest, dus ik verwachtte er veel van, en nu denken jullie misschien o nee hè weer een teleurstelling, maar nee hoor, toen we het zagen liggen was ik direct verrukt en toen we even later door het poortje naar binnen gingen zelfs nog een beetje meer. De jaren en het stille kloosterleven lagen als mos op de trappen (heel bijzonder rond in een hoek gebouwd) en over de stenen van de portico. Rondom tegen de heuvel grafstenen uit diverse tijden, ook een recente met een afdruk van een jonge man erop. Hij was negen keer getrouwd, weten we nu we er vanmorgen met onze gastheer Gilberto zijn geweest, en had toen zelfmoord gepleegd. Strange story, vond hij zelf ook. En hij van Leusë, waar maar dertig mensen woonden. Maar ik ga te snel. De deur  van de kerk was dicht, we konden er niet in.. Dus we liepen door om onze hostel te vinden.


kHet klooster van Leusë

kerkDe exonarthex

deurDe deur van de kerk, achter de verf originele vermoedelijk 6de-eeuwse inscripties

leuseHet pad door Leusë, recent verbeterd

omaOma met een van haar twee koeien

Hoppakee

Het was wel weer een schok hoor om te zien hoe mensen leven in Albanië. We zagen ingestorte huizen met golfplaten daken, ruimtes waarvan we niet wisten of ze voor mensen of dieren waren, ook wel mooie kleine tuintjes, maar altijd met rotzooi rondom, heel veel was grijs of bruin, en het hele dorp, echt waar, rook naar geitenpoep. Een vrouw met een koe nam ons op sleeptouw. Ze liep krom maar had een heel jong gezicht zag ik. Ik vroeg of ze maar een koe had (ja dat kan ik lezers, in het Albanees - Vetëm një? Nee zei ze, twee, ze had er ook nog een thuis. Ik stelde me voor dat het echt zo was, dat die koe bij haar in de keuken zou staan. Op dat moment liet die koe een enorme straal poep lopen. Hoppakee! riep ik, en ze moest er keihard om lachen. Zo grappig, je denkt dat je van twee verschillende planeten komt, dan blijkt een zo'n woord alles te overbruggen.

Guesthouse Chri Chri

Guesthouse Chri Chri was geweldig, Gilberto had het grote stenen huis samen met zijn vrouw Ilonka en een aantal helpers neergezet, het was een van de enige twee huizen in het dorp met daken van dakpannen. Dat was vroeger anders, maar daarover en over het klooster meer in het volgende blog, ik ga dit eerst maar posten voor internet er weer uit ligt.




Door naar volgend deel
Terug naar het overzicht van dit blog
Naar artikelen over Albanië
Naar mijn reisgids




Heb je opmerkingen, tips of prangende vragen?
Mail me



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100