Het was lekker om weer weg te rijden uit Razëm. Dit keer was
het vooral remmen wat ik moest doen. Voorbij het dorpje Vrrith liepen de varkens op de
weg, heel vrolijk en in het volste vertrouwen dat we ze zouden sparen..
Vertrouwde weggebruikers in Vrrith
Pashk Përvathi
In Lezhë wilden we naar de gallery van Pashk
Përvathi, een van de belangrijkste (landschaps)schilders uit
de naar ik nu weet post-socialistisch realistische periode (ik
dacht dat hij ouder was), dus zonder de ideologische lading. Hij had
hier, waar hij ook woonde, een
overzicht van 40 jaar werk, in de gallerie in Tirana hingen alleen zijn
landschappen. De gallerie was alleen op afspraak open
en omdat hij er zelf niet was, had de schilder zijn zus en haar man
laten komen. Ze gingen heel schattig alles opnoemen wat in de
hoeken stond.
Hartstikke mooi werk was het: portretten, stadsgezichten, vrouwen in
klederdracht, moderner werk, maar vooral toch veel landschappen in
natuurkleuren met frisse accenten.
In de gallerie van
Pashk Përvathi
De viezige kust richting Kunë
We baanden ons een weg uit Lezhë waar op een rotonde een vrouw
druk met een spiegelei aan het wapperen was en aan een stuk door floot
zonder dat iemand er acht op sloeg, alles ging links en rechts langs
anderen heen, en ik deed er druk aan mee. We gingen naar
Shëngjin om te kijken of het commerciële toerisme er
erg was opgerukt en inderdaad, dat was het geval, zelfs het aloude gele
Molla was vervangen door een nieuw nog blinkend wit exemplaar.
Verder rijdend was er gelukkig nog wel wat hippieland en strand zonder
mensen met wat bomen, dat oningevulde waar ik in Albanië zo
dol op ben, al is het dan meestal tegelijk ook wat viezig. Hoewel Maps nog een
doorgang aangaf naar het eiland van Kunë, bleek het daar dood te lopen.
De kust richting Kunë
Kazerma e cerenit
Het laatste onderdeel van vandaag was Kazerma e Cerenit, een wat zal ik
zeggen, ik wist het eerlijk gezegd niet meer, maar het blijkt een oude
kazerne die is omgebouwd tot totaalaccomodatie: huisjes, een
restaurant, kassen, een militair museum, en alles met
camouflagekleuren. Daarbij een groot veld vol stinkend pluimvee waar
wij gisteravond van dichtbij nog een eendengangbang meemaakten, tot
deze door kwade ganzen met veel gegak beëindigd werd. Goedzo
dames, schreeuwden
wij. Wat denken ze wel! Die beesten zagen er trouwens niet al te best
uit, allemaal een beetje vies, zelfs de pauw moest het stof van zijn
staart schudden.
Het had wel een lichte pannenkoektreinvibe (we kennen een exemplaar in Marrum, waar je echt
een kaartje meekrijgt en ze je goede reis wensen als je de pannenkoek voor je
neus krijgt, je moet er tegen kunnen) overigens, maar het was niet
goedkoop of kitscherig. De kamer die we hebben bijvoorbeeld is
spartaans maar .... nou kijk zelf maar, ook weer verfrissend anders en
ergens heel comfortabel.
Kamer 10 in Kazerma e Cerenit
Achter de betonnen ronding is een douche, ook de vloer is van gelakt
beton. In het begin lijkt het kil, maar na een tijdje voelt het als
helemaal goed. Heel apart dit.