Yvonne van Osch
Albanië
geschiedenis / 1e wereldoorlog


Jan Fabius, Hollandse legerkapitein op missie in schurkenland





fabiusLeugenachtig, disloyaal en liever lui dan moe. Zo noemde legerkapitein en voormalig correspondent Jan Fabius vrij vertaald de Albanese hooggeplaatsten in zijn boek Zes maanden in Albanië, een smakelijk verslag van de absurde missie die Nederland in 1913 ondernam om in opdracht van de zogenoemde Internationale Controle Commissie een gendarmerie op te zetten in het net door de Turken verlaten Balkanland. De commissie is een afvaardiging van grote Europese mogendheden en Rusland, die, uiteraard niet zonder eigenbelang, toezicht willen houden op de haastig uitgeroepen zelfstandige republiek Albanië.
De plichtsgetrouwe Fabius heeft het zwaar te stellen met het zooitje ongeregeld van diplomatieke en militaire hulptroepen dat hem uit alle windstreken vandaan formeel ter beschikking wordt gesteld maar in praktijk vooral een mozaïek blijkt van interesses en wensen, waaronder de wens van sommigen om met zoveel mogelijk vertoon zo weinig mogelijk uit te voeren.


Twaalf kanonnen

Fabius gaat van Shkodër (toen Scutari), waar hij een ‘genoeglijk leventje’ leidt omdat er toch geen geld voor het vormen van gewapende troepen wordt gestuurd, naar Durrës (toen Durazzo), dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, vergeven van malariamuggen, door de Serven onder de voet dreigt te worden gelopen. Hij krijgt daar de leiding over twaalf kanonnen en begint meteen ijverig met het opvoeden en instrueren van een troepje welwillende militairen. Maar helaas, dezelfde avond moet een deel van de kanonnen alweer weg, naar Vlorë (toen Valona), waar de Grieken dreigen op te rukken, terwijl in het noorden de Montenegrijnen klaarstaan voor een stukje van de taart. Alle buren zijn uit op het strategisch gelegen land aan zee.

Het is op
de kade van Durrës waar de onbevreesde Jan Fabius met zijn kanonnen voor het eerst toch het angstzweet begint uit te breken. Het materieel in de boot krijgen is nog niet het grootste probleem, schrijft hij in zijn verslag. Het zijn de paarden!
De steiger steekt namelijk meer dan anderhalve meter boven het water uit en er is maar een heel klein en steil trappetje. Ook de boten waarin het spul geladen moet worden, zijn niet al te ruim. Fabius weet het even helemaal niet meer. Dan komt de grote generaal De Veer, die Fabius de opdracht gaf. En hij weet het wel. Gooi ze er maar gewoon in, zegt hij. Die kleine beesten hier kunnen overal tegen. Fabius voorziet het ergst, maar er zit niets anders op. Zo duwen ze de paarden met een balk van de kant in de richting van de klaarliggende boot. Afgezien van een van de dieren, die in het water terechtkomt en rustig naar de kant zwemt, gebeuren er tot grote verbazing en opluchting van de kapitein geen ongelukken. ‘Nog begrijp ik niet hoe alles zo goed afgelopen is,’ schrijft hij.


brug
De Oostenrijkse Freiherr von Grumpenberg geeft instructies op een brug in Durrës


Helemaal afgelopen was het avontuur trouwens nog niet voor Fabius. Er volgde een aanval door rebellen in het reeds belegerde Durrës, waarbij uitgerekend de toen nog bejubelde overste Thomson het leven liet, en kort daarop brak de Eerste Wereldoorlog uit. Fabius, die al triest en ontgoocheld onderweg was naar het noorden, moest maken dat hij heelhuids thuis kwam.







Terug naar overzicht artikelen Albanië
Naar mijn reisgids
Naar welkom



Reageren? Mail



Tekstbureau Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100