Pleidooi voor een meer persoonlijke bejegening van mensen met dementie

Zoektocht naar de juiste snaar


Ook in mensen met dementie huizen levens vol herinnering. Maar hoe kom je daar, als mantelzorger of professional? Hoe breng je het leven en de schoonheid terug voor een paar momenten van geluk? Die vraag staat in de zorg meer en meer centraal.

Gepost door Yvonne van Osch op 14 mei 2017



dementiefoto van de site zorgethiek.nu

Samen met de zorgpopulatie verandert onze kijk op zorg. De kordate zusters die met hun rust, reinheid en regelmaat  bij het krieken van de dag monter schallend de kamers bestormen voor een eerste rondje bloeddruk meten, zijn al langer verdwenen in de plooien van de tijd. Zorg is geen abc’tje meer, bewoners zijn geen varkentjes om te wassen. De populatie van nu – ouder, met meer cognitieve problemen - verlangt een sensitiever soort professional. Een die zich openstelt voor de mens in de patiënt en bereid is dagelijks naar de juiste snaar op zoek te gaan.

De zorgpopulatie van nu verlangt een sensitiever soort professional

Verzorgende Jacobi Vlaming van het Leo Polakhuis en kwaliteitsverpleegkundige Ingrid de Koning van Rozenholm en Gloxinia buigen zich in een multidisciplinaire werkgroep al enkele jaren vol passie over het onderwerp bejegening. Er is veel kennis over de medische aspecten van dementie, vinden zij, maar de zachte kant blijft onderbelicht. Jacobi begrijpt de worsteling van de stagiaires die ze begeleidt. ’Op omgaan met onbegrepen gedrag heeft de opleiding hen nauwelijks voorbereid.’

Onbegrepen gedrag

Ingrid de Koning ziet in onbegrepen gedrag haar grootste uitdaging. De basis is onveranderlijk, denkt zij. ‘Je moet investeren in de zorgrelatie, op zoek gaan naar iemands persoonlijk verhaal, naar wat hem raakt of plezier doet. Dat begint met observeren en inspelen op de gemoedstoestand of actie van het moment. Stel bijvoorbeeld dat iemand die met twee handen op de tafel zit te bonken. Dan zou je mee kunnen gaan doen, vervolgens het ritme veranderen en naar een einde toe gaan werken. Tegen de tijd dat je daar bent is er contact. Dat zal niet gebeuren als je roept “Hou eens op.”’

‘Je moet niet bij de cliënt vandaan gaan,’ zegt Jacobi, ‘zoals mensen vaak automatisch doen als ze het niet meer weten, maar ernaar toe. Zoekend reageren. Er zijn altijd aanknopingspunten. Kent iemand bijvoorbeeld de spelregels van het dammen niet meer, maar weet hij nog wel dat je om beurten een zet doet, stenen slaat en van het bord afhaalt... dan doe je het zo.’

Scherven

Je eigen denkkaders loslaten, mensen de ruimte geven. Allemaal goed. Maar er moet ook gewassen worden, geschoren, verschoond en aangekleed. Er zijn de steunkousen, oogdruppels en medicijnen. De wonden en plekken die verzorging vragen. Het eten, de scherven, melk in de soep, urine op de stoel, familie die iets wil…

Ingrid en Jacobi weten er alles van. Je werkt je soms drie slagen in de rondte en komt dan nog tijd te kort. Hoe moet je het geduld opbrengen om met mensen persoonlijk de diepte in te gaan? ‘De angel zit vaak in het moeten,’ denkt Ingrid. Al die taken waar we mee rondlopen. Sommige taken kun je ook later doen of een keertje overslaan. Om mensen echt te kunnen ontmoeten is het soms nodig te ont-moeten. Taken los durven laten, aansluiten bij de beleving van de bewoner, houvast bieden.’

Om mensen echt te kunnen ontmoeten is het soms nodig te ont-moeten. Taken los durven laten, aansluiten bij de beleving van de bewoner, houvast bieden.

‘Er zijn altijd vaardigheden die je toe kunt passen ook met weinig tijd,’ zegt Jacobi. ‘Op gelijke ooghoogte praten. Keuzes aanbieden. Op gang helpen. Vraag maar eens wie aardappelen wil schillen. De kans is groot dat niemand reageert. Maar geef mensen een aardappel en een mesje en het gaat vanzelf. Hetzelfde met liedjes, of dansen, de tovertafel of braintrainer. Je moet meedoen. Door kennis en vaardigheden toe te passen zou je ook tijd en plezier terug kunnen winnen.’

Opleiding

De werkgroep - ondersteund vanuit het overheidsprogramma Waardigheid en trots - heeft de inzichten verwerkt in netwerktrainingen, workshops en presentaties. Door regelmatig evalueren wordt het nieuwe zorgconcept steeds verder verfijnd. Er is meer erkenning voor de zwaarte van het werk voor verzorgenden, ook emotioneel. Allemaal positieve beweging. Het grootste vraagstuk blijft, zo geven Ingrid en jacobi aan: hoe zorgen we ervoor dat bejegening en persoongerichte zorg structureel meer aandacht krijgt in opleiding en scholing? ‘Het zijn toch de opleidingen die een basis leggen voor kennis en de routine van medewerkers waarmee we de omslag willen maken.’



Dit is een van de interviews die ik heb gemaakt voor het Amstelring Jaarmagazine 2016. Voor mijn site heb ik de lay out van dit interview zelf bewerkt.

Terug naar actueel