Suïciale jongeren


Opgroeien kan ondraaglijk zijn. Zo blijkt ook in Amsterdam Noord, waar jeugdartsen van de GGD regelmatig jongeren met een doodswens tegenkomen. Wie zijn die jongeren? Waarom willen ze niet meer? En wat is het antwoord van de hulpverlening?

Gepost door Yvonne van Osch op 12 januari 2016

jongereDenken aan dood en sterfelijkheid hoort een beetje bij de puberteit. Maar het kan ook ineens goed menens zijn. Sommige kinderen raken zo moedeloos van constante stress of het gevoel te falen, dat ze niet meer verder willen leven.
Voor een artikel in de nieuwsbrief van het programma Suïcidepreventie van de GGD Amsterdam sprak ik jeugdarts Calixte Veerman. Zij kent in Amsterdam Noord veel gezinnen met problematiek dwars door het hele spectrum van ziekte, werkloosheid, verslaving en schulden tot huiselijk geweld en vechtscheidingen. Zo fel en onverzettelijk het ene kind zich staande houdt in zulke gezinnen, vertelt ze, zo vertwijfeld raakt het andere. Het ligt maar net aan de persoonlijkheid van het kind, naast beschermende factoren zoals het hebben van enkele goede, betrouwbare contacten en de mogelijkheid voor het kind om zich te uiten.

Genderdysforie


Enkele keren per jaar ziet de jeugdarts jongeren met serieuze zelfmoordgedachten. Belastende thuissituaties vormen vooral bij vmbo-leerlingen de achtergrond. Op de havo en het vwo zit de pijn vaak meer van binnen. Zeker bij hoogbegaafde kinderen komt relatief veel GGZ-problematiek voor, aldus Veerman, zoals aandoeningen in het autistisch spectrum of persoonlijkheidsstoornissen. Deze jongeren leggen de lat hoog voor zichzelf en raken makkelijk gefrustreerd of over hun toeren.
Het meest maakt de jeugdarts in Amsterdam Noord suïcidaliteit echter mee in relatie tot andersgeaardheid en genderdysforie (onbehagen over het biologisch geslacht). Vooral bij niet-westerse allochtonen is dat een groot taboe.

De GGD Amsterdam heeft suïcidepreventie tot speerpunt verklaard. Screening met vragenlijsten in het tweede en vierde jaar van het voortgezet onderwijs helpt zelfmoordgedachten snel te signaleren en bespreekbaar te maken. Aansluitend hierop zijn er zorgpaden ontwikkeld waarin de voorkomende problematiek aan een aantal stappen wordt gekoppeld.
Niet altijd hoeft zware therapie te worden ingezet, zegt Veerman. Een genderdysfore jongen die zij kent, heeft steun gezocht bij Facebookvrienden. Herkenning via boeken of documentaires kan veel helpen. Spirit heeft Romeo & Julia, een traject voor het ontwikkelen van seksuele weerbaarheid. Sommigen leren zichzelf accepteren door op toneel te gaan.

Haperingen in preventie


Toch is een oplossing zelden enkelvoudig. Complexe gezinsproblematiek verlangt uiteraard interventie op meerdere leefgebieden tegelijk. Het is zinloos een kind naar therapie te sturen als daarnaast niets gedaan wordt aan een onleefbare thuissituatie.

De huidige Amsterdamse Ouder- en Kindteams hebben veel exertise en directe verwijsmogelijkheden in huis, maar het kan nog een stuk beter als het om preventie gaat, vindt Calixte Veerman. Denk aan die multiproblemgezinnen met ellende tot aan het plafond. Hoe komen die mensen zover? Wie helpt hen als daar niet toevallig iemand aanbelt, zoals zij? Je hebt soms het gevoel dat resultaten te sterk afhangen van de inzet en doortastendheid van individuele hulpverleners.




Dit is een bewerking van het artikel dat ik schreef voor de nieuwsbrief #5 van het programma Suïcidepreventie van de GGD Amsterdam.

Movisie bracht in 2011 het rapport Preventie suïcidaal gedrag allochtone meiden uit.

Indra Boedharath en Marion Ferber deden verslag van onderzoek onder suïcidale allochtone jongeren in Huilen zonder tranen.


Terug naar actueel