Impressie van Tegenlicht Meet Up #39 Nederland kantelt op 25 februari 2015

Nederland kantelt... een beetje


Kont tegen de krib, bottom up, alles moet anders! De beweging Nederland kantelt is groeiende. Maar gaat het snel genoeg? Hoe sterk zijn de tegenstrevers? Wat doet de politiek? In een afgeladen De Zwijger houden geestdrift en scepsis elkaar in balans.


Gepost door Yvonne van Osch op 26 februari 2015


'Doen is het beste wat er is.' Een even simpele als treffende leus in VPRO's Tegenlicht op 22 februari 2015. Evenementencateraar Luuk Domhof wil de snackbusiness vergroenen. Hij begint bij zijn eigen gebruikte frituurvet, dat als biodiesel de miniraffinaderij in zijn loods verlaat om de tank van zijn auto in te gaan. Geen afval, geen uitstoot, en als je morst lost het vanzelf weer op, zegt een trotse groene ondernemer. Domhofs volgende droom is al in maak: de zogenaamde groentainer, een patatkar geheel op zonne-energie.

Echte vernieuwing - in wonen, werken, ondernemen, het sociale domein - zal van mensen als Domhof moeten komen. Van 'frisdenkers', 'koplopers', 'kantelaars'. Dat denkt Jan Rotmans, voorman (of evangelist) van de beweging Nederland kantelt. Rotmans ziet al enkele jaren naar het grote ogenblik uit. We hebben nu zo'n 250.000 kantelaars in Nederland, zegt hij. Als dat oploopt naar 2,5 miljoen, 20% van de bevolking, dan is het gebeurd... dan gaan we kantelen.


stenen
© Engineering.com


Is dat zo? En zoja, wat staat ons eigenlijk nog in de weg? Daarover gaat het gesprek in Tegenlicht Meet Up, de periodieke kruisbestuiving van docu en live-debat, in Pakhuis De Zwijger, op 25 februari.

Schoongewoon


Aanwezig uit de voorhoede van de kantelbeweging is Remmelt Schuuring. We zien hem ook in de uitzending van Tegenlicht bij zijn zelfgebouwde huis in de groene leegte. Lawaaihemd, klompen, professorhaar... niets dat naar de schoonmaakbranche verwijst waarin hij recent nog een grote speler was. Schuuring had er genoeg van gekregen en was eruit gestapt, maar rust had hij niet zolang hij het oude machtsspel zag, de verspilling aan management, de terreur van goedkoop aanbesteden over de ruggen van werknemers.
Zijn antwoord kwam eind 2013: een schoonmaakcoöperatie, waarin werknemers zelf de eigenaars zijn en regie houden over hun eigen werk. Schoongewoon maakte in 2014 al een winst van 9-10%. Een winst die niet verdwijnt in de zakken van een grote man achter een groot bureau. Die man, voorspelde een van de gelukkige werknemers, die verdwijnt straks. Want die denkt alleen maar aan geld.

Inmiddels is er ook een Hélpgewoon, een coöperatie voor jeugdzorg, welzijnswerk en thuiszorg in de IJsselstreek. Zelfde opzet, zelfde enthouiasme, trots en arbeidsvreugde. De klant denkt nog steeds dat het te mooi is om waar te zijn, zegt coördinator Joke van de Schoor in De Zwijger. 'Wat zijn de addertjes onder het gras, vragen ze. Ik zeg dan: ik zou het niet weten. Dat meen ik echt.'
Ga gewoon beginnen, raadt Schuuring mensen met ideeën aan. Niet alles opschrijven, dat is maar voer voor juristen. Gewoon doen. Je kunt wel duizend beren op de weg bedenken! Als je er een tegenkomt, verzin je ook wel weer een oplossing. Angst is altijd een verziekende factor. En geld? Veel heb je niet nodig. Stuur van tevoren rekeningen, de klant betaalt.

Ons eigen vliegtuig


Schoongewoon en Hélpgewoon zijn mooie kleinschalige initiatieven van een ondernemend groepje mensen. Is iets dergelijks ook voor de bulk van werkend Nederland weggelegd? Hoe realistisch is eigenlijk de kans op een algeheel kantelen?
Weinig realistisch, denk Joost Berkhout, die onderzoek doet aan de UvA naar sociale bewegingen in West-Europa. Het zal moeilijk zijn, zegt hij, om 2,5 miljoen mensen op de been te krijgen met één gezamenlijk doel, zoals je bijvoorbeeld wel ziet in een land als Egypte. De belangen zijn te diffuus, er is...
Wat? De kantelaars in de zaal staan op. Niet zo pessimistisch zeg! Ken je Next Level Democracy al? Het zal niet lang meer duren of we bepalen zelf waar het publieke geld naartoe gaat. We staan wel degelijk aan de vooravond van een totale regime change. Je hebt Joris Luyendijk over de banken gehoord? Er blijkt niemand meer in de cockpit te zitten. Nou, hoeft ook niet, want we hebben straks allemaal ons eigen vliegtuig! 
Juist al die kleine veranderingen tegelijkertijd brengen het grote apparaat op gang, denkt een vrouw van de redactie van Tegenlicht in de zaal.

Collectieve actie


Goed, oké, het begint al te komen. Maar zou een gemeenschappelijke agenda evengoed niet handig zijn, oppert mediator Bart Krull? Je moet in ieder geval verandereisen formuleren en een of andere autoriteit hebben waar je je op richt, benadrukt onderzoeker Berkhout. Voor collectieve actie heb je organisaties nodig, leiders die capabel zijn voor aanpassing van regelgeving, en een heel lange adem. Kijk naar Duitsland, daar heb je een invloedrijke groep als Energiewende, maar die stamt al uit de jaren 1980 en kreeg de wind mee door een ramp in Japan.
Kantelen per sector heeft wel toekomst, denkt Berkhout. In de zorg is die ontwikkeling al onstuibaar. Wat is de ideale schaal? Een vertegenwoordiger van de denktank Zorgdenkers laat weten dat het is gelukt een groep van 30.000 werknemers zelfsturend te maken. Hem valt op dat veel initiatieven vooral symptomen bestrijden. Je moet kijken naar de oorzaken van knelpunten, dan pas kun je initiatieven naar macroniveau tillen.

Bureaucratische groepseks


De overheid heeft natuurlijk een grote rol. Nou ja, zegt Frank van Erkel, programmadirecteur Organisatieontwikkeling in Amsterdam, in zoverre dat het onze taak is om aan te sluiten bij de ontwikkelingen. Burgers hebben meer kennis dan wij, dus straks moeten wij nederig bij die burgers aan gaan kloppen om te mogen participeren. Niet andersom.
Jurgen Hoogendoorn is aangesteld om deze lonkende revolutie in Amsterdam te dienen bij de grootste reorganisatie uit de geschiedenis van de hoofdstad. Hij schetst hoe het normaal gaat als zo'n reorganisatie eraan komt: de gepakte mannen kruipen in hun glazen hokjes voor bureaucratische groepseks en daaruit wordt dan wéér een rapport of analyse geboren. Dat moet je dus niet hebben. 'Ik zei: laten we maar gewoon op weg gaan met een vrolijke karavaan. Die  opereert nu als een gideonsbende onder de radar van de reorganisatieimpuls...'

Leuk hoor, vindt de zaal, mooi gesproken, maar wat betekent dat concreet? Hoe ga je al die 13.000 Amsterdamse ambtenaren meekrijgen? We geven ze kansen, zegt Hoogendoorn. En de aanbieders, de leveranciers? Een kleine zorgaanbieder klaagt dat alles al dichtgetimmerd was voor ze ook maar iets aan te bieden had. Jammer, zegt Van Erkel, want we staan écht open voor nieuwe aanbieders. Wij hebben liever een kleinere aanbieder uit het stadsdeel dan iemand van een grote organisatie uit Purmerend.
Mijn angst is dat de grootste schreeuwers het meeste geld krijgen, waarschuwt een vrouw uit de stadstuinbeweging. Ze zag anderhalf miloen subsidiegeld dat zij héél goed kon gebruiken naar een piepklein hofje gaan, dat toevallig de pr goed op orde had. Dat kan, erkent Hoogendoorn. Maar angst mag nooit een argument zijn om iets niet te doen.

Ruimte in de regels


Alles is in ontwikkeling, zegt Van Erkel, het kan niet in één keer. Wat we vooral willen is mensen een stem geven en daarnaar luisteren. Meedenkkracht, denken wij, is belangrijker dan subsidie. Om die reden is een initiatief als De Nieuwe Wibaut zo mooi, een praktijkleergang voor ambtenaren om op een andere manier naar gebiedsontwikkeling te kijken. Mensen zoeken houvast bij tradities of een theoretisch kader. Dat moeten we loslaten. We moeten durven experimenteren.
Een vertegenwoordiger van een locale partij ziet de ervaren onzekerheid onder ambtenaren als 'het veld der mogelijkheden'. Als het gaat over faciliteren zou de gemeente vooral regels moeten loslaten, raadt hij aan. Zorg ervoor dat er geen bouwvergunning nodig is als we een kapelletje op ons dak willen bouwen. De overheid heeft een leidende rol, of ze nou wil of niet. Doe daar iets goeds mee, bijvoorbeeld door vrijheid te geven. Van Erkel: Helemaal mee eens! Regels zijn nodig, maar er moet ook ruimte in de regels zijn. En dat is er!

Social impact investment


De uitsmijter is Joost Beunderhof van Civic Systems Lab (live vanuit Londen). Beunderhof doet onderzoek naar houdbaarheid van bottom up-initiatieven. We hebben de plicht om achter de verhalen te kijken, vindt hij, en de naakte resultaten te bezien. Beunderhof onderscheidt missie, model en middelen. Hij ziet het vaak misgaan als mensen zicht op de missie verliezen door een verkeerd model. Een buurtonderneming start bijvoorbeeld met het idee vastgoed van de gemeente te verhuren voor mooie buurtinitiatieven. Vervolgens willen ze voor elk stukje huur gaan vragen waardoor het voor veel initiatieven onbetaalbaar wordt. Ze raken verstrikt in de middelen. Verkeerd model.

Waarschijnlijk, zegt Beunderhof, kunnen zij beter op basis van de uitkomsten gefinancierd worden. Initiatieven die zichtbare waarde creëren voor de sociale omgeving of het milieu zijn vaak het meest succesvol. Zoals je veel in Londen ziet: social impact investment. Het gaat erom wat je wilt bewijzen. Hoe beter we erin worden dat te laten zien, hoe dichter we bij die 20% komen.
Weet je die impact altijd vantevoren? Een vrouw in de zaal is bezig met onderzoek waarbij ze 90-plussers vraagt waar ze goed in zijn. Ik weet nu al dat het waarde heeft, zegt ze, maar ken de uitkomst nog niet. Beunderhof stelt zijn vertrouwen in de overheid als kritische vriend. De onderzoeker ziet  veel potentie en gezonde grond voor versnelling. Laat bij iedere stap zien hoeveel waarde je toevoegt, adviseert hij. En inderdaad: niet teveel vastleggen, geen fictieve werkelijkheden creëren. Gewoon doen.

Opname terugzien van de debatavond in De Zwijger
Kijk vooral ook naar de uitzending van Tegenlicht op 22 februari 2015: Nederland kantelt
Hierin een man die de stelling van Amsterdam als CO2-vanger inzet.


Dit stuk is op persoonlijke titel geschreven door Yvonne van Osch.
Ik vind het leuk als je reageert of ernaar verwijst.
Mail
of ga naar mijn website