Wat raakt ons in literatuur? Literaire punch #2: het detail




oor

Kleine oren plat tegen het hoofd ...


Een grote lichte elleboog en kleine oren plat tegen het hoofd: één detail zegt  soms meer dan... nee dit ga ik niet zeggen. Maar het is wel zo!





Gepost door Yvonne van Osch op 24 januari 2015

Fictiegoeroe James Wood houdt van beeldende scènes. Zijn favoriete detail komt uit Saul Bellow's Seize the Day, waarin de hoofdpersoon een hoogbejaarde man helpt oversteken en verrast is een ‘big but light elbow’ aan te treffen. In een interview met Joost de Vries voor de Groene Amsterdammer verklaart Wood zijn obsessie met details aan de hand van Knausgård. 

‘… hij voelt dat de betekenis van zijn leven weglekt en in een vacuüm verdwijnt,’ zegt hij, ‘En door de waarde van al die details op te schrijven probeert hij dat lek te dichten, hij probeert ze in leven te houden. Op de een of andere manier hebben zijn details een surplus aan leven, iets mysterieus waardoor ze niet aanvoelen, zoals het bij mij gaat als ik iets aan mijn kinderen vertel, als een uitleg. De details ondersteunen het verhaal niet, ze zijn het verhaal.’

Mmm, ik weet niet. Ik vind dit vrij vermoeiend. Je moet ervan houden, Voskuil is ook niet aan mij besteed.

Familiefeest

Mij gaat het om details die dingen plotseling op hun plaats zetten. Ik herinner me het boek Familiefeestvan Theodor Holman. Het gaat over de dagen na het overlijden van zijn vader. De familie is bij elkaar, de begrafenis moet geregeld. Er is verwarring, verrassing ook vanwege de gezelligheid (?), euforie zelfs, meligheid, en steeds de onafgemaakte confrontatie met het Indisch kampverleden. Grimmige pijnscheuten in keiharde grappen. Wat gebeurt hier eigenlijk, begin je je zo halverwege af te vragen. Hoe staan deze mensen tegenover elkaar? Dan zo'n zin:

'Willen jullie ook jenever tegen het vochtverlies?' 

Een punch in slow motion. Het was misschien gewoon een flauwe familiekreet die moest afleiden van een iets te frequent dorstgevoel. Maar was het niet ook iets anders? Het vehikel voor een diep verlangen. Een verlangen naar de troost van intimiteit. Naar warmte die niet weggaat wat er ook gebeurt? De geur van je nest zal altijd aan je kleven, dacht ik bij mezelf, of je wilt of niet. En je zult er altijd een beetje van blijven houden. Ik snapte in één keer waar de borrel goed voor was.

Spel en tijdverdrijf

Van Holman naar Salter, mijn meester in elk literair opzicht. Bijna alles wat James Salter schrijft komt bij me binnen als een punch. En ook wat hij níet schrijft. Soms blader ik terug. Heb ik iets gemist? Hoe is hij van a naar b gekomen? Alsof je naar een animatie kijkt van een poppetje dat de trap op loopt: je ziet niet hoe het gebeurt, maar zijn voeten gaan van tree naar tree en ineens is het poppetje boven. Ik lees zin voor zin en zie het niet. Hoe doet hij dat toch?

'De ochtenden worden kil. Ik ben dertig, ik ben vierendertig - de jaren verdorren als bladeren.'

Blijf daar maar eens nuchter bij. Proza dat als een man op je afkomt, schreef Michael Zeeman. Dit is een stukje uit Spel en tijdverdrijf (ontleend aan een Koran-citaat) vertaling van A sport and a pastime (1967). Uit ditzelfde boek volgens mij - ik kan het niet terugvinden, komt een zinsnede  waar ik nadien nog vaak aan heb gedacht. Hoofdpersoon Dean,  Amerikaans student op seksexpeditie in Frankrijk, komt een restaurant binnen. Hij kijkt om zich heen, ziet een verzameling mannen:

'...hun kleine oren plat tegen hun hoofd...'

Hun kleine oren plat tegen hun hoofd? Ik heb deze zin wel tien, twintig keer gelezen. En elke keer moest ik én lachen én nadenken. Wat betekende het, hoe kon dit? Wie ziet zoveel mannen met kleine oren plat tegen hun hoofd op één plek? Was het een stam? Een  vissersvolk getekend door generatielange inteelt? Was hij duizelig, dronken, high?
Je voelt de vervreemding van de hoofdpersoon, het los zijn van de omgeving, zijn waarneming van de mens als ding. En je probeert je de redenen daarvoor voor te stellen. En als je geluk hebt, lukt dat. Je vraagt je niet meer af hoe het mogelijk was.

Ik las dit boek toen ik onderweg was in Polen, januari 2009. Ik zat in de trein tussen Warschau en Alexandrów. Buiten zag ik berken, huizen en af en toe herten in de sneeuw. Wat is dit voor boek, dacht ik. Puzzled is eigenlijk het enige woord dat bij me opkomt als ik eraan terugdenk. Het was mijn eerste kennismaking met Salter. Toen ik het boek uithad, ben ik onmiddellijk opnieuw begonnen. Bladerend, zoekend. Het was als een smaak die ik te pakken kreeg, maar niet thuis kon brengen. En dat is altijd zo gebleven.




Meer punch
Terug naar actueel