logo albanieblog



deel 17 Tamarë


Donderdag, 20 september 2018
Ontbijt in de houthakkershut in Pukë, na een nacht vol gepiep en gegier, een man met een pak aan (en wat voor één!) nuttigt een piepklein kopje espresso en ongelooflijk hoe lang dat duurt en met hoeveel geluiden dat gepaard gaat over het hele spectrum van slurpen naar smakken. In de koelte van de ochtend over de heuvel en langs het meertje naar het dorpsplein, waar het busje ergens tussen acht en negen gaat. Ik ben er even voor achten en kan meteen instappen. De chauffeur is een maniak. Als hij een bocht of een andere auto ziet, geeft hij gas, om meteen daarna keihard af te remmen. Een oud vrouwtje dat langs de weg staat en haar hand opsteekt, laat hij staan, hoewel er nog plaats genoeg is. De hele weg geschreeuw tussen de chauffeur en het mannelijk deel van de passagiers, honderdduizend keer het woord punë (werk) en lek.

Half duizelig kom ik in Café Malesia e Madhë aan, waar het vervoer naar het noorden aankomt en vertrekt. In plaats van de stad in te gaan, blijf ik zitten om aan mijn blog te werken, het is er heel aangenaam. Op de tv lees ik op een soort teletekst over het ongeluk met de elektrische bolderkar in Oss. Verschrikkelijk, maar het lijkt ook ver weg. De kop van Rama verschijnt vol in beeld. Hij doet zijn best zo moeilijk mogelijk te kijken terwijl hij een onverdedigbaar besluit over het nationale theater verdedigt, duidelijk met tegenzin om überhaupt nog iets uit te moeten leggen aan wie ook, in het bijzonder de gewone mensen, het lastige volk dat maar blijft dromen over een beter leven. Hij dregt de woorden op uit een ruimte in zichzelf die hij deelt met hen, het volk, zo ziet het eruit. Do you like him, vraag ik de ober. Hij maakt een gebaar met zijn ogen. You? Ik niet, zeg ik, ik vertrouw hem niet. Niemand vertrouwt hem, zegt hij. In Tirana ben ik nog wel wat Rama-fans tegengekomen, hier niet een, en ik snap het helemaal, als ik hun levensomstandigheden zie naast de megalomane projecten die de regering aan de andere kant opzet en verkoopt. De macht verdringt elke compassie, mag je wel concluderen, zelfs bij mensen die in aanleg goede ideeën en principes hadden. En het clièntelisme ten koste van het volk gaat volgens mij nooit veranderen zonder (gewelddadige) revolutie en eindeloze, eindeloze begeleiding, om bestaande  structuren neer te halen. Wat me nu zo verbaast is dat Dewi van de Weert, de Nederlandse ambassadeur, zoveel vertrouwen uitsprak over de vetting, de officiële opschoning van het hele rechtssysteem en zijn uitvoerders. Meende ze dat nou echt, of was het diplomatie? Ook ik ben na tien weken in Albanië na alle gesprekken en observaties meer en meer gaan geloven dat het vooral theater is, net de RK-kerk die een moraal van kuisheid predikt. waarbij af en toe wat schapen uit de kudde geofferd wordt, waarschijnlijk de meest dissidenten als eerste, sorry als ik ernaast zit. Ik heb hier helaas geen foto's bij. Wel van twee zussen, alweer, die op een stoepje bij het café geduldig zaten te wachten tot hun busje vertrok.


zussen
De zussen

zussen
De zussen nog een keer


De reis naar Tamarë, richting het noordelijkste puntje, Vermosh, waar ik heen had willen gaan wat om een aantal redenen niet kon, was eerlijk gezegd meer van hetzelfde. Rommelige velden met hier en daar een huis, soms in knallende kleuren, een fabriekje of een meubelgroothandel gehuisvest in goedkoop jaren negentig industrieel design die je ook langs de weg bij Heerhugowaard ziet, dan de bergen, wat huisjes, dotjes begroeiing en lawines van steenafslag.


kruis
Een reusachtig kruis in de bergen van het katholieke noorden. Mensen slaan ook drie keer een kruisje als ze langs een kerk komen.

onderweg
Onderweg bij Tamarë


De jongen naast mij, een spontane tiener met een snorretje, iets speciaals hier, was erg geïnteresseerd naar wat mij hier had gebracht. Hij hield het gesprek de hele weg op gang met behulp van google translate. Forel en muis, was het antwoord op mijn vraag welke vissen er in de rivier bij Tamarë te vangen waren. Ik wilde graag vissen, hoe ik dat kon organiseren. Hij begreep me niet. Je kunt gaan vissen wanneer je maar wilt, schreef hij, je hebt geen vergunning nodig. Maar ik heb geen hengel, communiceerde ik. O, dat... tja. Leek mij toch wel een praktisch probleempje, maar hij zag geloof ik het bezwaar niet zo. Later begreep ik waarom. Je moet gewoon aan iemand zeggen wat je wilt, en die gaat dat dan regelen. Zo stond tegen vijven ene Lordy voor de deur van het hotel waar ik sliep, een soort bunker, met - ongelooflijk - een perfecte badkamer (droge zone, wc-papier waar je bij kunt en een plankje voor je spullen) maar verder sfeerloosheid troef. Hij zou me meenemen naar de rivier waar ik kon vissen. In een oude Audi, die ook pas kon starten als hij naar beneden reed, reden we extreem langzaam ongeveer een kilometer verder.


lordy
Lordy en zijn auto

visplek
De visplek

lordy


De jongen sprak haast geen Engels maar gaf me heel lief een hand toen we over de rotsen naar het water klauterden, ik ah, o en au roepend vanwege mijn knieën. We wierpen om de beurt de lijn uit en haalden hem in, maar het was al heel snel duidelijk dat er helemaal geen vis zat, want je kon alles zien, dus ook niets, en ik ging na een tijdje op een steen zitten om van het uitzicht te genieten en te wachten tot ik kon voorstellen terug te gaan zonder dat de jongen het als gezichtsverlies zou voelen. Hij kwam naast me zitten en begon me heel veel complimenten te geven. Dat hij niet kon geloven dat ik 55 was (nou, ik wel hoor), dat ik zo sportief was en zo super. Of ik geen seks met hem wilde. Ik kon mijn oren niet geloven, wat is dat met die jongelui hier? Denken ze geld te verdienen, of zijn ze echt zo wanhopig? Ik moest toch wel concluderen dat het het laatste was, hoe onvoorstelbaar ook, want hij wilde niet eens geld accepteren voor het vissen. Hij deed trouwens verder niet moeilijk, het was gewoon een vraag en een antwoord. We kletsten door en gingen na afloop zelfs nog wat drinken. Het viel me op dat hij steeds zijn rug en zijn nek probeerde te strekken. Wat was er aan de hand: hij bleek op zijn achttiende al bijna net zo versleten als ik nu. Naast school moest hij namelijk geld verdienen en hij zag daarvoor geen andere mogelijkheid dan dat te doen door het plukken van sherbela, salie volgens mij, hoog in de bergen boven Tamarë, daar, daar en daar. Het kruid ging in grote witte zakken (op de terugweg zag ik ze ook) die hij op zijn nek naar beneden droeg. 100 lek per kilo, en dan ik weet niet hoeveel kilo tegelijk. Ik was geschokt. Jongen! zei ik. Ga alsjeblieft goed Engels leren, wordt gids voor de toeristen, neem ze mee uit vissen, dat vinden ze prachtig (die sukkels). Yeah yeah, zei hij, duidelijk niet ontvankelijk, al helemaal verstard in het vooruitzicht van vruchteloos buffelen tot zijn dood. Dat is het ergst om te zien, vind ik, die onleerbaarheid, dat hulpeloze en fatalistische. We zijn nou eenmaal sloebers, niets aan te doen. Ik zie soms mannen zo oud als mijn eigen vader (of jonger maar in ieder geval een stuk minder fit) met uitpuilende zakken van weet ik wat op fietsen of andere voertuigen, helemaal contactloos opgesloten in zichzelf en in het afgrijzen over de hopeloosheid van het dagelijks bestaan. Hun leven moet een nachtmerrie zijn, waaruit ze maar niet ontwaken, ik snap niet hoe ze het volhouden. De afstomping snap je dan wel.


lordy en robben
Lordy met zijn grootste held, Arjan Robben

's Avonds ging ik een forel eten (in de schemering gevangen, begreep ik) in het restaurant naast mijn bunker, op een mooi terras dat bijna boven het water hing. En daar was Lordy alweer, met een vriend. Ik nodigde ze voor het eten uit, maar ze wilden niet, ze wilden me alleen gezelschap houden, op een zeker moment ging Lordy op zijn telefoontje patience zitten spelen en vertrok de vriend. Ik zocht een Youtube filmpje op met oefeningen voor nek- en rugpijn. Hij keek uit beleefdheid, yeah yeah zei hij, faleminderit. Hopeloos. Toen hij even later nog een keer vroeg of ik echt geen seks wilde, even snel, had ik er genoeg van. Weg jij. 's Nachts werd ik nog ruw verstoord doordat iemand mijn kamer probeerde binnen te komen. Geen kwade opzet, maar een vergissing, zag ik de volgende ochtend toen ik een paar bergschoenen zag staan voor de andere van de twee kamers. Maar mijn hart bonkte in mijn keel, vooral omdat ik de sleutel kwijt was. Weer paniek, gegraai in mijn tas, koortsachtig zoeken. Tot ik de sleutel op de grond zag liggen bij de deur, hij was eruit geduwd door de sleutel van de ander. Elke nacht is er wat, ik zweer het je: piepen, appjes, dit, vannacht een verschrikkelijk geloei in een of andere installatie, gevolgd door een piep waar ik helemaal gek van werd maar die ophield toen ik de kraan aanraakte (echt waar, vanmorgen gebeurde het weer en heb ik het kunnen checken, het is resonantie die plotseling ontstaat).
Ik had een blikje koude koffie gekocht voor de volgende ochtend en dat werkte verbazend goed, ik was meteen wakker, en het was heerlijk om de koelte van de vroege ochtend in te lopen. Café, riep de chauffeur, Kantor, met wie ik de dag daarvoor ook een koffie had gedronken, maar toen ik een slokje had genomen moesten we al gaan, 6.45 uur. Om 8.15 uur was ik al terug in Café Malesia e Madhe, waar dezelfde chauffeurs weer plaatsnamen voor hun dagelijkse vier uur wachten en de bediening me heel vriendelijk begroette, toen door naar Shengjin.


bergen
De bergen tussen Koplik en Tamarë, met uitzicht op het meer van Shkodër, in de vroege morgen

huis
Zomaar een huis, ten noorden van Shkodër

wasmachine
Hoppakee

malesia
Café-restaurant Malësia e Madhe om een uur of acht 's morgens

Met deze sfeerfoto beëindig ik deze wat vreemde episode van mijn blog. Tot de volgende keer, houdoe en mirupafshim!

Door naar de volgende aflevering
Terug naar het overzicht





Wil je meer weten over mijn andere werk? Ga naar de homepage van mijn site



Tekstbureau OpSchrift
Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100