logo albanieblog



deel 12 de laatste dagen



De laatste dagen, het drong niet eens zo tot me door, ik was nog bezig informatie te verzamelen. Grotten, een kasteel, een uitspanning vóór Librazhd. We reden van Korcë, in het oosten, naar het noorden langs Pogradec en het Ohridmeer, toen over de pas van Përrenjas waar ik inmiddels voor de vierde keer was, naar Elbasan. Jet vond het daar weer heel anders, veel drukker, en wat een kledingstalletjes overal.

We wilden gaan eten maar konden geen parkeerplek vinden, een nieuw en tot nu toe ongekend probleem. Pas toen besloten we om niet de snelweg te nemen maar de oude weg tussen Tirana en Elbasan, de SH3. Ongelooflijk! Wat een weg! Gewoon ijskoud over een bergrug, tot een punt waar je zowel links als rechts in de diepte kijkt. Je ziet het ook op de kaart, maar je gelooft het pas als je er bent, spectaculair. Eerst moesten we een tijdlang klimmen tussen stokoude olijfbomen waarvan de bast hier en daar als vel over een geraamte was. We zagen de oude staalfabrieken van Elbasan in volle vergane glorie, herders natuurlijk met hun kuddes, waar niet, en bergen, bomen, bloemen, heel veel. De weg was goed maar krap, en hoewel er vooral in het begin en aan het eind een aantal courant uitziende restaurants waren, reed er bijna niemand. Mistflarden overal, prachtig, en toen we bij Mushqeta weer op de snelweg kwamen, hadden we bijna het gevoel uit een achtbaan te zijn gestapt. Alleen rijden is al een avontuur in dit land.


staalfabrieken
Zicht op de oude staalfabriek van Elbasan

olijfboom
Olijfbomen langs de oude SH3

olijfboom 2

bergkam
Uitzicht vanaf de bergkam

bergkam 3
Stalkaars


De nieuwe snelweg van Tirana naar Elbasan, een stuk van ongeveer veertig kilometer, heeft overigens 400 miljoen euro gekost en als het lukt hem eind dit jaar af te krijgen heeft de aanleg ervan ruim zeven jaar geduurd, lees ik net in Albaniannews.com. Tien miljoen en anderhalve maand (als ik goed reken) per strekkende kilometer. Het moet gezegd, dat is wel veel en erg lang. Ilir had het er ook over gehad, hij schuimbekte bijna. Voor dat geld bouwen jullie een weg van Amsterdam naar Brussel, binnen een jaar! Dat mensen in Kukës protesteren omdat ze tol moeten betalen voor de nieuwe weg die daar is aangelegd, snap ik maar al te goed. Ze hebben er, van hun laatste geld, al dubbel en dwars voor betaald. Ik zou best graag willen weten hoe de 400 miljoen voor deze weg dan is uitgegeven. Als het om vetting gaat...

Wegens tijdgebrek hadden we de grotten van Pëllumbas laten varen en restaurant Natyr i Qyteti (natuur en rust) dat ik wilde checken zou er ook bij ingeschoten zijn, ware het niet dat we verkeerd reden en ineens op de parkeerplaats stonden van deze wonderlijke eetgelegenheid: een kasteelachtig gebouw met lommerrijke tuinen vol privézitjes onder rieten afdakjes, geheel met klimop begroeid waarvan de ranken als in een sprookjesbos langs de muren hangen, enfin kijk maar. Het eten was koud en niet lekker en van rust was al helemaal geen sprake, maar toch: natuur!


natur
Restaurant Natyr i Qyteti net onder Tirana


Hierna snel naar het kasteel van Petrelë waar Skanderbegs zus Mamica zou hebben gewoond en dat onderdeel was van de kastelenketen die met fakkels communiceerde. Er waren in de weg vier haarspeldbochten waar je in de binnenbocht wel 45 graden omhoog leek te gaan, de lichte Dacia kon het maar net aan in zijn 1. Je moet echt wel een ervaren chauffeur zijn om hier je hoofd bij  koel te houden, dus mensen... en het kasteel was eigenlijk alleen een restaurantje. Wel mooi, maar om daar nou je leven voor te wagen.

Toen kwamen we in Tirana, waar ik voor onze voorlaatste nacht hotel Brilant Antik geboekt had, een sjiek hotel, dacht ik, maar het viel vies tegen toen we op de bovenste verdieping de kamer te zien kregen. Waar was al het beloofde hout? Ach, zei Jet, bijna met medelijden. Je dacht: ik pak nog even lekker uit, krijg je witte tegels! Toen de wifi het nauwelijks bleek te doen, werd zij echter ook wat minder vrolijk. De mensen, een familie met gitzwart haar en zwarte kleren, bijna gothic, waren heel lief en gaven ons een andere kamer. Met hout, marmer en koper.


familie zwart
Moeder en dochter in hotel Brilant Antik


Later op de avond gingen we nog even naar het plein, dat nu vanwege het WK-voetbal geheel met tafels, bankjes en barretje bekleed was, maar net toen wij met een worst en bier wilden gaan zitten was de wedstrijd afgelopen, ging iedereen naar huis en werden de regenschermen ingeklapt.


Dajt

De volgende dag naar Dajt, de berg aan de oostkant van Tirana, waar je met een kabelbaan naartoe kan. Een Engelse dame in onze gondel filmde alles, voor een reisblog, vertelde ze, ze was ook in Macedonië en nog een land met een gondel geweest, maar dit was absolutely the most spectacular one. Ik hoopte wel dat ze onze stemmen weg zou knippen ('Nou  ja zeg, die is gewoon de hele reis aan het filmen, wat heb je daar nou aan!') Het was nog steeds regenachtig en mistflarden trokken langs, op een zeker moment gleden we zacht zoemend de wolken in, om er boven ook weer uit te komen.
Daar wachtte een gemoedelijke maar ook wat treurige toestand, ontvangst met luchtkasteel voor de kinderen die er niet waren, een paar mannen met buksen en een handboog waarmee je op balonnen kon schieten, paarden en veulens, en dat allemaal voor een handjevol toeristen. Al die verlaten hotels en restaurants, de meeste uit de communistische tijd, duidelijk gebruikt en genoten in een andere periode, voor wie hebben die er toch gestaan, vraag je je af, behalve voor de politieke elite. De suppoost van het Museum voor middeleeuwse kunst in Korcë, een kunstenaar genaamd Aurel met wie we ook weer een uur hebben staan praten, had ons verteld dat de Albanezen een jaar of tien geleden nog veel meer te besteden hadden gehad. Hoe kan het toch zoveel slechter zijn geworden? Alsof het land is leeggebloed. Waarom zou er geen waarde te creëren zijn? We zitten nog steeds met een hoop vragen.


onderweg
Onderweg in de kabelbaan

bomenhotel
Op de berg Dajt, veel vergane glorie

boom
Boom met restanten van markering

familie
Nog drie bezoekers

bloemetje
Bloemetjes van de berg


Ik geloof niet dat de laatste aflevering van mijn eerste blogserie heel meeslepend wordt, ik voel er zelf ook niet veel energie mee bij, nu ik eenmaal terug ben. We gingen we nog naar BunkArt1 en in de namiddag naar het kasteel van Prezës, weer zo'n klimtocht waarbij de angst van Jet voor de steile weg in geen verhouding stond tot wat we aantroffen aan het einde ervan, toen lieten we de auto wassen om de verhuurder mild te stemmen voor de nieuwe schades aan voor- en achterkant - dank u zeer, traditional guesthouse Përmet -  leverden hem in, hoefden maar 80 euro te betalen, en lieten Eni van La Palma weten dat we wilden worden opgehaald. De laatste nacht - in een hotel vooral voor overdag, daar moest Jet me nog op wijzen -  was een on-Albaneze deceptie. Geen wifi, stank, wc bleef lopen, gekke geluiden, laat ik er verder maar niet teveel over zeggen. Voordeel was misschien dat ik eindelijk blij was om naar huis te gaan (voor even).


speelplaats
Verlaten speeltuintje bij het tunnelcomplex van Hoxha (BunkArt) 


Met deze helaas niet al te geïnspireerde woorden sluit ik deze laatste aflevering af. Ik hoop dat ik jullie niet heb verveeld, ik mezelf niet in ieder geval. Als het goed is, ben ik in september weer terug. Tot dan!


Terug naar het overzicht





Wil je meer weten over mijn andere werk? Ga naar de homepage van mijn site



Tekstbureau OpSchrift
Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100