logo albanieblog


deel 1    Tirana



Woensdag 16/5/18 Afscheid van de Bradt-gids

De rugzak is te vol, te zwaar, er moet iets uit. Een trui, notitieboekjes, een knie- en elleboogband, zelfs een zonnebril moet er aan geloven, maar het is niet genoeg. Dat boek dan, de Bradt-gids van Albanië, mijn reisbijbel tot hier? Best een zwaar ding. Byebye Gilian, zeg ik uiteindelijk, met lichte huiver, ik scheid me af, bedankt. Voor de mensen die Gilian Gloyer niet kennen: zij schreef voor zover ik weet hét boek over reizen in Albanië. De man naast mij in het vliegtuig haalt het halverwege uit zijn tas. Had nou toch even gewacht! Ondertussen probeer ik er nog wat werkwoorden in te stampen. Anderhalf uur geconcentreerd herhalen, en het enige dat ik me nu herinner is gllabëroj: verslinden. Superhandig!

Als ik aankom bij het Star Hotel ben ik teleurgesteld. Witte tegels op de vloer, ik had het kunnen weten. Bij de badkamer, nou ja badkamer, staan drie paar blauwe badslippers in het gelid. Het is negen uur ’s avonds en ik ga meteen naar buiten. Het is nog zwoel, op de trappen van het theater aan het Skanderbegplein zitten groepjes jongeren te praten, een paar uitslovertjes op een fiets. Ik ken de stad al een beetje van vorig jaar, maar nu is het anders omdat ik alleen ben. Groter op een of andere manier. Aan de zuidkant van het plein zie ik kleine plantjes staan, klaar om te worden geplant, heel schattig, en een idioot contrast met de marmeren grandeur van het andere stuk. Langs de piramide naar Bloggu, dat tijdens het communisme gereserveerd was voor de gezagsdragers en nu de hipste wijk van Tirana is. In een van de straten staat een dj op een balkon, daaronder een menigte jongeren in neonlicht met pullen bier en cocktails.


pleinbloggu
Renovatie en dansen in Bloggu


Verderop bij een boom op een donker stukje een man met een weegschaal. Hij nodigt me met verwoede gebaren uit mijn gewicht te controleren. Nee nee, roep ik angstig. Het beeld blijft me wel bij. Die smekende blik, die wanhoop. En de woede dat hij moet smeken. Ik wil hem wel geld geven maar ben bang hem te beledigen.

Donderdag 17/5/18 Regenboogvlag speciaal voor mij

Mijn eerste hele dag, met een enorme to-do lijst. Als eerste wil ik naar boven in het Tirana International Hotel, om te kijken of het uitzicht echt zo mooi is als ik heb opgeschreven. Het lukt, een schoonmaakster laat me door op de veertiende verdieping. En het is mooi, je ziet de heuvels aan de oostkant, Dajt, de mensen als mieren op het plein. Liqeni, zegt de vrouw trots, wijzend naar het zuiden. Het meer. De kamer is prachtig, stralend witte lakens en een houten vloer.
Ik volg mijn eigen beschrijving, van de noordkant van het plein naar de oostkant. Het operagebouw ziet er verlaten uit. Gesloten voor renovatie, hoor ik. Net als de Et'hem Bey Moskee, die ik heel graag had willen bezoeken. Je hebt wel het idee dat Tirana één grote bouwput is. Al dwalend kom ik bij de gloednieuwe kathedraal van de wederopstandig, waar net een ceremonie aan de gang is. Voor wat, probeer ik uit te vinden. Voor 40 dagen na Pasen, zegt iemand me. Pinksteren? Maar in Nederland moet dat nog komen. Een orthodoxe priester deelt vriendelijk lachend grote stukken brood uit, er komen vrijwel alleen oude vrouwtjes op af.


kathedraal
In de kathedraal

et'hem bey moskee
De Et'hem Bey moskee, in restauratie


Bij de Lana kom ik per toeval bij Albania Tours terecht, het verkeersbureau. Binnen zie ik in het duister een paar vrouwen vermoeid in oude stoelen zitten, een beeld dat ik ken uit andere (oud-)communistische landen. Er wordt een Engels-sprekende collega van straat gehaald die me meeneemt naar zijn kantoortje. Sopot heet hij, hij werkt al meer dan twintig jaar in dit sterfhuis. Heel veel aanvragen uit het buitenland, zegt hij zuchtend, maar geen geld. Als ik hem vraag hoe ik een van die huurfietsen van Ecovolis kan gebruiken die je bij honderden in rekken ziet staan, schrijft hij met een ernstig gezicht de naam van de directeur op een briefje. He's a very good man, voegt hij nog toe. Kijk, daar heb je wat aan!

's Middags heb ik een ontmoeting met de Nederlandse ambassadeur om over LGBT-rechten te spreken, zoals ik vanuit Nederland geregeld heb. Dewi van de Weerd heet ze, ik heb haar al op een filmpje gezien en ze lijkt me erg aardig en toegankelijk. Op een stenen randje in de schaduw schrijf ik mijn vragen op. Voor het gebouw  wappert een EU-vlag en.. een regenboogvlag. Nou ja zeg, denk ik, ze maken er werk van. Speciaal voor mij! Maar het blijkt te zijn omdat het de internatioale dag tegen homo- en transgenderfobie is. Tot mijn verrassing hoef ik niet te wachten. Het gesprek duurt ongeveer veertig minuten, we praten ook over de regering Rama en het proces van 'vetting', waarbij rechters, officieren van justitie en politiemensen die rijk geworden zijn hun eigen welstand moeten verantwoorden, een enorme stap in het bestrijden van corruptie.


vlag
De regenboogvlag bij de Nederlandse ambassade


Daarna is er nog het archeologisch museum, meer geslenter en kleine gesprekjes met local guides, bedelaars en gekkies, gegluur door afzettingen heen bijvoorbeeld richting Namazgah moskee, de grootste moskee van de Balkan, in aanbouw (gefinancierd met Turks geld). In een kerk met een beeld van Moeder Theresa ervoor zie ik een heel maf glas-in-loodraam: mannen in mantels met knallende kleuren, en daarop twee grijze gezichtjes, die van de paus Fransiscus en zijn vooranger, de Poolse paus.


dajkuadajkua2
Gegrilde lam in Taverna Dajkua

plantjes
Nieuw groen bij het Skanderbegplein

theresapausen
Moeder Theresa en de grijze pausen


Vrijdag 18/5/18 Koning Zog komt tot leven

Vandaag heb ik ondanks de twee dubbele espresso's van de overkant moeite om op gang te komen. Ik ga naar de toeristeninfo, loop te dralen voor de deur van het Nationaal Historisch Museum waar een dikke stroom mensen naar binnen gaat. Geen zin... Ik kijk naar de mannen die op groene ijzeren bankjes stuk voor stuk in hun neus zitten te graven en ga dan maar weer terug naar het hotel om alles op te schrijven, wat meestal voor alles het beste helpt. Thuis, achter mijn bureau, was alles nog redelijk overzichtelijk, ik zag Albanië voor me zonder al die duizenden mensen met hun eigenschappen, behoeften en eigenaardigheden. De werkelijkheid is natuurlijk zoveel complexer. En die dan vangen in de ragfijne nuances van de taal, zoals mijn motto is... ik vind het best een opgave en een verantwoordelijkheid.


museum
Het Nationaal Historisch Museum


's Middags ga ik naar House of Leaves, een grote villa die in de jaren 1930 dienst deed als medische kliniek maar in de communistische tijd gebruikt werd door de Sigurimi, de staatszekerheidsdienst, die net als de Stasi alles van iedereen wilde weten. De tentoonstelling begint met een filmpje over het Albanië van koning Zog, in 1925 nog rechtop en triomfaal, in 1938 oud en gebroken. In dat jaar trouwde hij, met een grafgezicht, een Hongaarse om een boodschap van vreedzame co-existentie af te geven. Twee dagen na de geboorte van hun dochtertje vielen de Italianen binnen. Het filmpje is maar een introductie, maar ik ben blij dat ik dit heb gezien. Die wallen, dat menselijke, koning Zog is ineens tot leven gekomen. De rest, waarover ik in het boek ga schrijven... het is huiveringwekkend, en het meest ongelooflijke van al: het is tot 1991 doorgegaan!


house of leaves
Afluisterapparaat van de Sigurimi


Na deze ervaring neem ik de zijstraatjes, de kleine straatjes waar alles anders is. Allemaal kraampjes met bezems, kleren, rotzooi. Tien winkeltjes naast elkaar die allemaal dezelfde telefoonhoesjes verkopen (je vraagt je toch af...), mannen die rond een omgekeerde kartonnen doos zitten met glaasjes raki en stukjes worst erop.


mannen met raki
Gëzuar!


In de Rruga e Kavajës zoek ik de moskee waar de man van het verkeersbureau me op gewezen had. Naast de moskee is een klein zaaltje voor vrouwen. Met een vrouwelijke imam? vraag ik een paar meisjes die net naar buiten komen. Nee, zeggen ze, dat gaat niet. Maar het is oké hoor (maak je geen zorgen), verzekert een van hen me, er zijn heel veel goedopgeleide moslima's. Het enige is, dat mannen en vrouwen in de moskee niet met elkaar in  contact mogen komen. Oké oké, zeg ik. In het armoedige zaaltje hoor ik de stem van de imam door een luidspreker. Een paar vrouwen zitten op hun knieën met de Koran op schoot te prevelen. Tegenover mij zit een meisje gewoon met haar benen voor zich uit. Ze lacht en even later gaat ze tot mijn stomme verbazing op haar zij liggen en valt in slaap. Naast mij zit een gehoofddoekte vrouw op haar telefoontje te kijken. Misschien heeft ze daar de Koran op, denk ik. Ik hoef niet eens zo heel erg te gluren om te zien dat ze naar een filmpje zit te kijken van westerse vrouwen die iets doen in de keuken.

Ik loop maar wat, en als ik weer op mijn kaart kijk, zie ik dat ik vlakbij het mozaïek ben, wat ik sowieso wilde checken, maar waarvan ik dacht dat het erg ver weg was. Er is niets aan, moet ik bekennen, gewoon een vloer met een paar oude steentjes. Maar het is wel grappig om te zien dat de stad er als het ware omheen gevouwen is. Ik heb toch het idee dat het wat onevenwichtig verdeeld is met de monumenten in Albanië. Sommige grote ruïnes en sites zijn totaal vergeten en verlaten (zoals Amantia volgens mij), over andere wordt een compleet museum heen gebouwd.

In het casino

Ik neem de bus terug, voor 40 lek, dertig cent, en meteen daarna de volgende, richting Porcelan, maar omdat het me te druk wordt, stap ik halverwege uit en besluit een casino binnen te gaan om te zien of daar inderdaad oude mensen hun laatste geld zitten te vergokken zoals ik in mijn fantastie had opgeschreven toen me opviel hoeveel casino's er waren net buiten het centrum. Ik zit ernaast, er is geen oudje te bekennen, alleen een stuk of tien jonge mannen, zwijgend achter hun machines. Ik word goed in de gaten gehouden door de medewerkers, dus voor de vorm schuif ik 200 lek in een apparaat en druk wat op de knopjes. Iemand vraagt wat ik wil drinken en ik zeg bier. Ik druk maar wat maar mijn tegoed wordt niet minder omdat ik elke keer wat win. Omdat ik graag weer weg wil daar, laat ik  600 lek uitbetalen. En het biertje, vraag ik. Onmiddellijk daarna trekt iemand nog een biertje open, en ik mag het niet betalen, geen idee waarom. Dus ik schuif nog een keer 200 lek in een machine en win weer. Dat is een goeie zeg! Misschien drukken ze wel op een knop zodat ik win, om me verslaafd te maken, alles gaat hier in het duister, bliepbliep. Dan kijk ik naast mij en zie dat er iemand zit te spelen niet met 200 lek maar met 8000. Het meest verbazende vind ik nog de vreugdeloosheid ervan. Alsof hij een heel naar klusje doet. Blijft de vraag waarom al die casino's? Ik heb weleens gelezen dat casino's in Nederland soms witwasmachines zijn. Mensen kopen dan heel veel fiches van hun zwarte geld, gaan een beetje gokken en laten wat ze aan het einde nog hebben op hun rekening zetten als gokwinst. Het zou wel de ongeïnteresseerdheid van de man naast mij kunnen verklaren...

Ik ben nu helemaal in het oosten van de stad. In een klein straatje zie ik een oudere man achter een vooroorlogje naaimachine zitten in een piepklein winkeltje vol met oude schoenen en een krant vol tabak. Ik wil een foto van hem maken maar vind het onbeleefd, dus vraag of hij mijn tas wil maken, waar een klein stukje los van is. Hij gaat toegewijd aan de slag, met zijn trappedaal, heel lang heen en weer, het ziet er niet uit eerlijk gezegd maar het kan me niet schelen. Ik ben op zijn vieze bankje gaan zitten en het lijkt alsof we een praatje maken. Casino, slecht, horloge, hart, koffie, vriend, schoenen, tabak. Oude machine. Duits. O Duits, nou... dan (gebaren). Als ik geld uit mijn zak haal, kijkt hij me eerst ongelovig en dan bijna beledigd aan. Ja stel je voor zeg, dat je als rijke stinkert een arme sloeber zou betalen.


groente

huizen met teksten
Straatbeeld in de wijk Xhamlliku

schoenmaker
De schoenmaker die geen geld van me wil


Zondag, 20/5/18 Koude rug

Een druk gebeier buiten, pratende mensen, de korte venijnige claxons van de bussen, verkeer- en werkgeluiden, geklop, getik, getrommel. Op de gang een stofzuiger, dat gaat hier allemaal door elkaar. Vanmorgen droomde ik dat ik belaagd werd in een donker park. O nee, dacht ik vastbesloten, dit gaat me niet gebeuren, maar een seconde later wist ik dat ik kansloos was, en in plaats van bang wat ik boos. Wat dom wat dom wat dom, dacht ik, zo vraag je er toch om. O, mijn telefoon, alle informatie, mijn rijbewijs en mijn geld! Maar ik had ook begrip voor die man. Jet had me een artikeltje gestuurd over jonge mannen die het land ontvluchten (er wonen inmiddels meer Albanezen buiten dan binnen Albanië) om te ontkomen aan een leven van twaalf uur per dag kopjes koffie heen en weer brengen voor 180 euro per maand. Als je bent zoals ik, had die jongen gezegd, dan kun je dat niet. Moet je je voorstellen. Ik werd wakker met een koude rug, was ontzettend blij om hier te zijn maar nog blijer om hier niet te hoeven wonen.


graffiti
Graffiti in Bloggu

primaide
De piramide van binnen


De piramide.. ik heb gezocht en gezocht wat ermee gebeuren zou en nu ik uiteindelijk een mooi verhaaltje bij elkaar heb over verleden en heden van het ding, lees is in exit.al de kritische Engelstalige krant van Albanië dat notabene het Hollandse ontwerpbureau met al die letters (MRVDV?) de opdracht heeft gekregen het aan te pakken en dat het heel mooi wordt. Zo gaat dat wel, werkelijk alles is bezig te veranderen, niets staat stil. Interessant, maar ook complicerend voor de reisgids, want je moet ook nog eens een half jaar vooruit proberen te denken.

Zaterdag. Ik haalde mijn twee dubbele espresso aan de overkant bij een van die jongeren die zeven keer twaalf uur per week werken voor 180 euro (Kërkojme kamariere stond er op het raam, wij zoeken obers) en ging zitten schrijven. Het was denk ik zeven uur. Om een uur of tien liep ik naar buiten. Tot mijn verrassing zag ik op het plein bij de stand van Ecovolis een meisje de stangen tussen de fietsen vandaan halen. Ik wilde heel graag fietsen. Ze vroeg mijn id en ik gaf mijn rijbewijs. Maar in plaats van me dit na de registratie terug te geven wilde ze het in het mobiele kastje leggen. Nou wil ik niet te angstig of wantrouwig zijn, maar dat ging me echt te ver. Zouden anderen dit doen? Je kunt er toch een foto van maken, zei ik, dan heb je ook alle gegevens, maar ze was niet te vermurwen. Dus begon ik maar weer te lopen. 


bunker
Binnen in een Hoxha-bunker


De bunkers staan overal. Hoxha, niet de meest relaxte dictator aller tijden, heeft er tijdens zijn regime 175.000 laten bouwen door het hele land. Ik hoorde op een Nederlands filmpje van 3 Op reis het verhaal dat hij de stevigheid ervan heeft laten testen door er een granaat op te gooien, terwijl de ontwerper en zijn gezin in de bunker zaten.


meisjes
Verlegen meisjes in het park


Ik liep helemaal tot het grote park aan de zuidkant van de stad, en ging het kerkje Kisha e shën Prokopit binnen, een mooi oud gebouwtje met wanden vol ikonen en een mooie ikonostase, maar een foeilelijke pui. Er waren nog twee vrouwen, ze gingen voor elke heilige staan en sloegen kruizen. Niet zoals onze katholieken met van die afgemeten en hoekige gebaren, maar zwaaiend van boven naar beneden en dan van rechts naar links. Soms werd er zelfs geknield en gekust, hun ogen smeekten.

Terug in het centrum nam ik een bus, stapte uit voorbij het plein van Zog en liep in de richting van wat ik dacht dat het Bektashi World Center wat, maar wat de oude stalinistische textielfabriek Kombinat bleek te zijn. Die cijfertjes op die kaart! Ik moest nog een bus nemen om er dan toch maar heen te gaan, stapte uit bij Kombinat, keek rond, pakte de bus terug, tot Kinostudio helemaal in het noordoosten van de stad, stapte uit, keek rond, dronk nog een flesje water, vroeg in een café om iets met kaas, dacht ik (qumësht) kreeg iets met chocolade, at het toch op, dronk nog meer water, ging weer naar buiten, maakte foto's, stapte weer in de bus terug naar de stad en dat was het dan, ik was moe en niet zo tevreden, had het gevoel dat ik het niet bij kon benen. Letterlijk ook, met die knieën.

Veel beelden van de stad die bleven hangen: jongens met trommels, vrouwen met boodschappen, rondhangende mannen, cafés met kanariepietjes fluitend als gekken, wasgoed, dieseldampen, trossen draden langs de muren, afbladderend pleisterwerk, ontbrekend pleisterwerk... ja dat, hoe is dat mogelijk vraag je je altijd af, iemand gaat een huis bouwen en denkt halverwege ach laat verder ook maar, zo kan het ook wel? Gewoon blokken baksteen of gasbeton waar de specie uitdruipt.


kombinat
De vroegere textielfabriek Kombinat


Terug in het hotel ging ik weer zitten schrijven. Ik merk dat behalve het voorbereiden van deze reis ook het verwerken van informatie veel meer tijd kost dan ik had gedacht. Al die dingen die je niet zeker weet. Openingstijden van musea bijvoorbeeld, het lijkt zoiets simpels maar je ziet rustig drie varianten in drie verschillende bronnen en het is niet gezegd dat je op de plek zelf de meest betrouwbare informatie krijgt. Ik was trouwens constant nerveus of ik geen informatie kwijt zou raken in mijn pogingen alles zowel op de c-schijf als op een stickje op te slaan, dus heb uiteindelijk toch maar Dropbox geïnstalleerd, waar ik nu op werk. Veel makkelijker dan ik dacht, en het geeft ontzettend veel lucht!

's Avonds kwam ik Aposso tegen, een man met wie ik hier eergisteren voor het hotel een hele tijd heb zitten praten. Hé riep hij. Hij gaf me een hand. Hé riep ik, wat heb je gedaan vandaag? Niet veel, zei hij, gaf me weer een hand en liep verder. O, dacht ik, meneer wil geen vragen. Hij kwam van een rijke familie, had Andi (mijn vriend van het hotel) me verteld, was de beste van de klas geweest, heel intelligent, had jaren in Engeland gestudeerd, maar was gek geworden en loopt nu de hele dag rond, slikt pillen en drugs en is overal bang voor, niet in de laatste plaats voor de tandarts, wat ook goed is te zien. Zijn opa, had Aposso zelf verteld, had een heleboel hotels in de stad, maar de communisten hebben alles afgepakt. Zelf had hij een hotel van zijn moeder geërfd, daar verdiende hij wat mee. Of ik dacht dat hij het in Nederland goed zou hebben. Nee, blijf hier, zei ik, je zou heel ongelukkig worden, niemand gaat je helpen. Zo kwam het me ook voor, NL, als kil. Hier zijn de mensen toch meer met elkaar geloof ik.

Zo doe ik langzamerhand links en rechts wel wat contacten op. Gek genoeg heb ik al een paar keer gedacht aan Calcutta, waar Maud (mijn beste vriendin) en ik na vier dagen in hetzelfde hotel ook de hele straat kenden en vv. Dit is ook zo'n straatje, een zijstraatje eigenlijk, een beetje in de luwte van het allerdrukste. Na 100 meter drie grote stukken rots, en dan begint het plein.


leuze
Diepzinnige leuze vlakbij mijn hotel


Zondag, 20/5/18 Poelen van het somberste zwart


mijnwerkerDie zondag ben ik eerst naar de Nationale Kunstgalerij gegaan, een lekker koel en ruim gebouw met niet al te veel werken, van de vaste collectie alle daterend uit de communistische tijd en voorbeelden van socialistisch-realistische kunst: potige mannen en vrouwen op het land, in de fabriek of op een constructiewerkplaats, vol ijver en idealen werkend aan een toekomst van....  van wat eigenlijk: nog meer gelijkheid? De kunstenaars van die tijd leefden onder een streng artistiek juk, maar toch, zo had ik al gelezen, bleven ze de randen opzoeken van wat nog mogelijk was aan vrije expressie, en je hoeft eigenlijk geen helderziende te zijn volgens mij om ook een kritische boodschap te zien, zoals in het schilderij van de mijnwerker van Alush Shima, een modelarbeider met zijn grote handen en strakke kaaklijn, maar wiens ogen, zo schrijf ik ook in het boek, poelen waren van het somberste zwart. Later lees ik dat de kunstenaar in 1973 honderdvijftig van zijn stukken verbrandde die de communisten mogelijk als decadent zouden kunnen beschouwen nadat een bevriende schilder is gearresteerd vanwege het prijzen van Picasso (bourgeois), ik bedoel maar.

Een grappig maar ook verwarrend schilderij vind ik dat van Spiro Kristo (Fëmije heet het geloof ik, Kinderen) uit 1966 waarop een groepje kinderen aan het spelen is tegen een achtergrond van modern uitziende portiekflats. Een meisje, gekleed in een balletjurkje, heeft een geweer op haar rug, een padvinder tekent met krijt dat geweer op de stoep. Op een van de flats staat  PPSH, verwijzend naar de arbeiderspartij van Hoxha maar naar ik later uitvind ook de naam van een automatisch geweer van Russische makelij. Is het mogelijk de boodschap niet te voelen, als je ziet hoe ontsierend voor het hele plaatje de naam PPSH op de keurige flat is, hoe idioot het contrast van het jurkje met het geweer? Wat betekent dat blaadje Factosi in de handen van het andere meisje? Het kan je toch heel moeilijk ontgaan dat er van alles niet klopt? Maar eerlijk gezegd: verwarrend vind ik het ook omdat het schilderij me doet denken aan mijn eigen kindertijd aan de rand van Amsterdam waar je hartslag het ritme van de heimachine aannam, de flats, de pastelachtige kleuren (technicolor?), nieuwe straten en jonge boompjes, iets opgeruimds en het gevoel dat alles nog gaat gebeuren, maar ook het jurkje dat niet echt paste en de notie, ergens op de achtergrond, dat er meer was dan pastel.

Hierna ben ik naar het Bektashi World Centrum gegaan, in het verre oosten van de stad, gelegen op een heuvel en alleen te bereiken via een wirwar van armoedige straatjes. In dit centrum zetelt het hoofd van de orde, een mystieke stroming van de islam, waar ik graag meer van zou willen weten. De grote koepel van het complex was dicht en in de kleinere tekkes zag ik alleen een man die zich verschrikkelijk stond aan te stellen met het kussen van kisten en foto's van baba's terwijl een andere man, duidelijk zijn hulpje, foto's nam. Ze wisen niet hoe snel ze van de ene plek naar de andere moesten komen om al die toewijding vast te leggen. Een politicus, dacht ik. Na tien minuten waren ze weer weg en kon ik mijn eenzame dwaaltocht voortzetten op zoek naar monniken, de derwisjen, die er ook moesten wonen. Ik vond er één, op een viezig plaatsje met opgestapelde stoelen achter de verblijfsgebouwen.


bekatashi
Het Bektashi World Center

vlakbij de toegangspoort
Vlakbij het Bektashi World Center

ijssalon
Een ijssalon


Net voor sluitingstijd ga ik nog naar het Nationaal Historisch Museum, waar ik behalve bij de maquette van holbewoners (met strakke thong) vooral blijf staan in de sectie van communistische terreur bij het bloesje van Sabina Kasimati, een vroegere klasgenoot van Enver Hoxha, die vermoord is zonder proces vanwege vermeende anti-communistische activiteiten, maar in werkelijkheid, zo hoor ik later, waarschijnlijk omdat zij Hoxha's avances heeft afgewezen.

Maandag 21/5 For me as a Martin

Ik hoor dat van Martin, een locale gids, met wie ik maandagavond op stap ben gegaan. Hij had me op mijn eerste dag al aangesproken maar ik had al die tijd de boot afgehouden omdat ik hem niet helemaal vertrouwde en omdat ik mijn vragen op wilde sparen. Ik vond hem nog steeds raar - betweter, haantje, licht opdringerig - maar het was heel interessant om met hem te praten want hij wist werkelijk alles en had een hoop ideeën. Om die ideeën was hij zelfs door Edi Rama (de premier) uitgenodigd in de politiek, maar hij vond zichzelf te jong (31) en wilde bovendien niet bij een club waarvan de meerderheid niet eens wist wie Christine Lagarde was, om een voorbeeld te noemen. Hij was wel een groot fan van Rama, én kritisch op Erdogan en ik sla mezelf nu voor mijn kop dat ik niet heb gevraagd wat hij er dan van vond dat de twee regelmatig arm in arm voor de camera's worden gespot. Hij had er ongetwijfeld een gearticuleerd antwoord op gehad, net als toen ik zei dat Rama het niet goed deed voor het milieu en de armsten. Aan het einde van onze toer, langs Tymi, het Backpackers Hostel, Bunker1944 en het streng bewaakte (!) Center for Openness and Dialogue zaten we in Komyteti, een museumcafé vol artefacten uit de communistische tijd, en merkte ik dat het hem menens werd, omdat nu ondanks zijn uitstekende Engels toch Google Translate erbij werd gehaald en hij nu bijna al zijn zinnen begon met de kreet For me as a Mááártin.

Hij voelde veel verantwoordelijkheid voor zijn land, vertelde hij, was om die reden niet net als veel van zijn vrienden naar het buitenland gegaan, maar gids geworden. In zijn hoofd, en thuis op papier (niet op pc), was hij bezig met een boek over manieren om Albanië om, als ik het goed begrepen heb, tegelijkertijd cultureel en economisch een grote stap vooruit te helpen. Voor op de koffietafel? vroeg ik. Nee voor iedereen zei hij, van ober en kamermeisje tot de PM en zijn MP's. Toen we afscheid namen probeerde hij me te zoenen. Zeg doe even normaal, zei ik. Je gedraagt je als een kind. Hè, dacht ik even later, wacht even. Ik had natuurlijk moeten zeggen: ik had je moeder kunnen zijn.

ilir
Ilir van de Backpackers

fruitverkopers
Fruitverkopers

mannen van star
Vier broers van het Star Hotel (twee ontbreken nog, Ardit en Andi ook)


Misschien wat abrupt en in medias res, maar hier breek ik het eerste deel van mijn blog af. Ik hoop dat het leuk was om te lezen. Laat gerust weten wat je ervan vindt, of als je vragen hebt, of tips. Stuur een mailtje, appje of rooksignaal.

Terug naar het overzicht
Naar de volgende aflevering




Wil je meer weten over mijn andere werk? Ga naar de homepage van mijn site



Tekstbureau OpSchrift
Yvonne van Osch
Binnenkadijk 117, 1018 ZE Amsterdam
opschrift@tip.nl | 06-37313100